Binnen kijken bij Sic Semper

Torentjes, tegeltjes, smeedwerk, metselwerk: aan ambachtelijk handwerk geen gebrek. Schuin tegenover Paushuize, op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht, staat het wonderlijke pand Sic Semper. In voorbereiding voor Open Monumentendag Utrecht, dat dit jaar als thema ‘Kunst en Ambacht’ heeft, mocht ik er vast even binnen kijken.

Alle foto's in dit artikel: Froukje van der Meulen
Alle foto’s in dit artikel: Froukje van der Meulen

Oranjesociëteit

De herensociëteit Sic Semper werd in 1775 opgericht en lieten een eigen verenigingsgebouw bouwen op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht, in de tuin van de voormalige Paulusabdij. De sociëteit werd ook wel een Oranjesociëteit genoemd omdat de leden ervan voorstanders waren van het stadhouderlijke bewind. Op last van Koning Lodewijk Napoleon werd de naam Oranjesociëteit verboden en werd de sociëteit omgedoopt tot Sic Semper (‘Zo is het en zo zal het altijd zijn’). Onder de leden bevonden zich veel garnizoensleden, ambtenaren, adellijken en vermogenden. Zoals de sociëteit omschreven werd in het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad van 1844: ‘De sociëteit Sic Semper, ofschoon zonder eenigen politieken invloed, werd te allen tijde, zoals zij nu nog is, beschouwd als de voornaamste; zij heeft de meeste leden en men betaalt er de hoogste contributie’. Gezelligheid was het belangrijkste doel van de sociëteit: men dronk er drankjes, voerde gesprekken en speelde kaartspelen en biljard. Een kastelein, in dienst van de sociëteit, bediende de leden.

Uitbreiding

In 1838 werd een tweede huis aan de Nieuwegracht aangekocht en samengetrokken met het bestaande pand. De gevel werd vernieuwd en er verrees een witgepleisterd gebouw. Dit gebouw is ook afgebeeld op de huidige gevelsteen. De steeds groeiende sociëteit had meer ruimte nodig en in 1890 werd dan ook besloten een derde pand aan te kopen, de bestaande panden af te breken en een geheel nieuw gebouw op te trekken.

Voor het ontwerp werd een prijsvraag uitgeschreven, die werd gewonnen door P.J. Houtzagers (1857-1944). Hij liet zich inspireren door de middeleeuwen, maar het ontwerp vertoont ook kenmerken van de Art Nouveau. Het ambachtelijke middeleeuwse metselwerk langs de ramen en in de hoeken is rijk gedetailleerd. De torentjes doen middeleeuws aan, maar het smeedwerk is eerder Art Nouveau met weelderige bloemen. De hoge schoorsteen is naar Engels voorbeeld gemaakt. Het meest in het oog springend zijn misschien wel de tegeltableaus met bloemen en een pauw. De bloementegels zijn ontworpen door Houtzagers, maar uitgevoerd door zijn leerling Jozef Willem Nicolaas Merckelbagh (1859-1922). Het tableau met de pauw is mogelijk door Merckelbagh ontworpen, want het is ook door hem gesigneerd. De voorstellingen doen sterk denken aan het werk van William Morris met zijn Arts en Craftsbeweging. Zijn leerling J.P. Lamie heeft de gevelsteen van de Sociëteit Sic Semper gehakt en het beeldhouwwerk van de zandstenen schoorsteenmantels in de conversatiezaal en de leeszaal op de begane grond gemaakt.

Een plattegrond van het nieuwe gebouw toont op de begane grond een conversatiezaal, een biljardzaal, een grote en een kleine salon, een leeskamer, een keuken, een vestiaire en een dessertkamer. Op de eerste verdieping twee vergaderkamers, een kamer voor de commissarissen van de vereniging en de kasteleinswoning.

SAM_5474

Niet voor altijd

Het ledenaantal nam na de nieuwbouw echter niet toe, maar liep gestaag terug. Het aantal daalde tussen 1890 en 1910 van 290 naar 113. Wat de reden voor deze terugloop in ledenaantal was, is niet precies te achterhalen; misschien heeft het te maken met de veranderingen in de standenstructuur in Nederland. De industrialisatie zorgde voor het ontstaan van een nieuwe elite, en ook verhuisden veel welgestelden rondom de eeuwwisseling naar de Heuvelrug.

In 1914 werd het gebouw verkocht aan de gemeente, die het verhuurt aan het Rijk voor de huisvesting van de Centrale Raad van Beroep. In 1979 verhuisde de Raad naar de Maliebaan en de voormalige sociëteit werd tijdelijk verhuurd aan een sportschool en een dansinstituut.

In 1989 werd het gebouw verkocht aan bouwbedrijf Jurriens, dat het in 1990 verbouwde en geschikt maakte voor 12 appartementen. Architect Aart Oosting maakte het ontwerp voor deze omvangrijke interne verbouwing. In 2001 werd het gebouw op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

Sinds de verbouwing is Sic Semper onderverdeeld in twaalf appartementen. Hierdoor is van de oorspronkelijke interieurs niet veel meer te zien, op de betimmering en een aantal schouwen na. De hal is prachtig gerestaureerd waarbij de oorspronkelijke betimmering gekopieerd is, zodat het in de hele hal doorloopt. Het trappenhuis toont ook nog de oorspronkelijke betimmering, hier en daar wat stucwerk en ook het daklicht van glas-in-lood is indrukwekkend. Dat dit een van de meest chique plekken van Utrecht was, is misschien niet meer helemaal te zien, maar de gevel, de hal en het trappenhuis ademen de sfeer van de laat-negentiende eeuw nog voorzichtig na.

IMG_20150512_113021-2

Met dank aan de syllabus ‘Geschiedenis van de sociëteit Sic Semper’, samengesteld door G. Wiechers, 2005.