Eén van de grootste kunstverhuizingen ooit (interview artikel Tijdschrift RCE)

In de depots van vier kunstinstellingen wordt momenteel hard gewerkt aan één van de grootste kunstverhuizingen ooit: naar het nieuw gebouwde Collectie Centrum Nederland (CC NL). Medewerkers van het Rijksmuseum, Paleis Het Loo, het Nederlands Openluchtmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn druk bezig deze reuzenoperatie voor elkaar te krijgen.

Als één van de projectcoördinatoren werd ik geïnterviewd voor het tijdschrift van de RCE. Lees het artikel hier:

Nieuwe video over Paushuize

De Provincie Utrecht, eigenaar van Paushuize, organiseert sinds de coronacrisis voor alle medewerkers de Provincietour. Via Teams krijgen de veelal thuiswerkende collega’s een inkijkje in elkaars werk. Vandaag was het de beurt aan Paushuize. Lex Martens, beheerder van Paushuize, en ikzelf, werkten mee aan een video die eerst via Teams werd vertoond en beantwoordden daarna ieders vragen.

Nu de video in première is gegaan, is die voor iedereen te zien. Bekijk ‘m hieronder!

Bulletin Kunsthistorici

Sinds een tijdje maak ik deel uit van de redactiecommissie van het Bulletin Kunsthistorici, het tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Kunsthistorici. Voor het nieuwste nummer interviewde ik twee kunsthistorici (Teun Bonenkamp en Valentijn Carbo) over de uitdagingen én kansen die de coronacrisis in de erfgoedsector biedt.

Bekijk het nummer hier.

Open Monumentendagkrant

Het is bijna zover: 12 september is het weer Open Monumentendag. Dit jaar mocht ik de eindredactie verzorgen voor de Open Monumentenkrant. Ook hield ik een interview met René de Kam, conservator stadsgeschiedenis van het Centraal Museum.

Met een oplage van 35.000 is deze krant verspreid met De Utrechtse Internet Courant (DUIC) over verschillende ophaalpunten. Online lezen kan ook, zie hier!

Terug naar Pompeii: artikel voor Oud Utrecht

Foto: Arjan den Boer

In het augustusnummer van Tijdschrift Oud Utrecht is mijn artikel over de Pompeiiaanse schilderingen in de balzaal van Paushuize verschenen.

In 2008 werd een bijzondere ontdekking gedaan in Paushuize. Achter lagen verf, spiegels en voorzetwanden kwamen laat-19e-eeuwse wandschilderingen tevoorschijn, geïnspireerd op Pompeii. Zulke schilderingen komen in Nederland maar zelden voor. Zoals in Pompeii de huizen eeuwenlang bedekt waren onder vulkaanas, was het Utrechtse interieur decennialang aan het oog onttrokken. Dankzij minutieuze restauratie en reconstructie zijn ze weer zichtbaar geworden. Ze vertellen het verhaal van een uit het zicht verdwenen internationale interieursmaak die nu weer gewaardeerd wordt.

Bestel het nieuwe nummer hier.

Twitterrondleiding #8: Paushuize en de stad

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en Museum Catharijneconvent. Dit keer: Paushuize en de stad.

Terwijl Adriaan van Utrecht in Spanje verbleef om in opdracht van Karel V de troonopvolging van Karel te regelen, liet hij in 1517 een huis bouwen in zijn geboortestad. Een machtig man als hij kocht natuurlijk niet zomaar een lapje grond – hij koos een bijzondere plek in de stad.

Zijn huis werd gebouwd op het terrein van de immuniteit van Sint Pieter. Dat prachtige laatgotische huis kennen we allemaal onder de naam Paushuize, maar die naam kreeg het pas toen Adriaan in 1522 tot paus werd gekozen.

Foto: Catharijneconvent, Utrecht

Het huis was gebouwd in afwisselende lagen van baksteen en natuursteen, met een trapgevel afgezet met pinakels en een Salvatorbeeld, dat verwees naar het kapittel van Sint-Salvator, waar Adriaan proost was. Het huis is opvallend lang en smal, met traptorens aan de korte kanten.

Foto: Heirloom

Het huis stond oorspronkelijk op het terrein van het kapittel van Sint Pieter. Kanunniken (geestelijken) hadden stukken grond rondom de kapittelkerk in bezit, vaak afgesloten van de stad door muren, water of poorten – immuniteiten genoemd. Gewone burgers kwamen hier niet.

In de tijd van Adriaan bestond ongeveer eenderde van de stad uit immuniteiten – ze maakten dus een substantieel deel uit van de leefomgeving. Nog altijd zijn de immuniteitsgrenzen te zien in de blauwdruk van de stad, bijvoorbeeld op de open plekken van het Janskerkhof en het Domplein.

Hoe zag zo’n immuniteit eruit? Deze tekening uit 1604 van de immuniteit van St. Jan geeft een indruk: de kerk staat in het midden, de grote kanunnikenhuizen eromheen, gericht op de kerk. Ze verbouwden hun eigen voedsel, dus midden in de stad waren er boomgaarden en moestuinen. De immuniteit werd in dit geval begrensd door muren en water.

Het Utrechts Archief

Een groene oase in de stad, met grote huizen op ruime percelen; dat had Adriaan niet slecht bekeken. Zijn huis stond aan de rand van de immuniteit van Sint-Pieter, die o.a. omgrensd werd de Kromme Nieuwegracht, zoals te zien op deze kaart naar Braun circa 1570.

Het Utrechts Archief

Maar Adriaan was toch geen kanunnik van de Sint Pieter? Dat klopt, maar de regels waren in de loop der tijd soepeler geworden. Grond binnen de immuniteiten werd verkocht aan andere rijke geestelijken en later zelfs leken. Wel was Adriaan gebonden aan enkele regels, zo blijkt uit de overdrachtsakte van 1517: de nieuwe bewoner moest het kapittel welgevallig zijn en zich gedragen als een medebroeder. Ook mocht Adriaan geen herberg beginnen, geen ambachten uitoefenen en geen kraam- of kinderbedden hebben, en geen ‘tappinge van bier of wijn’.

Na de reformatie werden de immuniteiten afgeschaft. De groene enclave is bebouwd; Paushuize staat nu op een levendige plek in het hart van de stad. Een plek die, zoals blijkt, met zorg was gekozen en ons veel vertelt over Adriaans bevoorrechte positie.

Twitterrondleiding #8: Paushuize als plek van vertier

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en Delpher. Dit keer: Paushuize als plek van vertier.

Als woning van de latere paus Adrianus VI heeft Paushuize altijd een zeker aanzien gehad in Utrecht. Het pand is in de volksmond altijd Paushuize blijven heten, en ook al heeft er nooit een paus gewoond: regenten, edellieden, koningen en gouverneurs resideerden er wel degelijk.

Toch kent de geschiedenis van Paushuize ook een meer lichtvoetige kant, als feestgebouw, logement, koffiehuis, concertzaal en danslocatie. Ook sinds de restauratie in 2011 worden er bruiloften, borrels, buluitreikingen, boekpresentaties en lezingen georganiseerd.

Duik in het rampjaar 1672 (de Republiek was in oorlog met Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen): een Franse legereenheid verscheen onder bevel van kolonel de Rochefort aan de Wittenvrouwenpoort – Utrecht werd bezet. De eigenaar van Paushuize, Johan van Bempden, vluchtte weg.

Paushuize werd in beslag genomen door François de Montmorency, hertog van Luxemburg en opperbevelhebber van het Franse leger, hier op een prent uit 1674 van het Utrechts Archief. Hij gebruikte Paushuize om feestelijke diners te organiseren, die soms eindigden in wilde drinkgelagen.

Het Utrechts Archief

In 1795 werd Paushuize verkocht aan Willem Gravelaar, een eenvoudige kok en pasteibakker, die de stap nam om een chique logement te beginnen. Hij adverteerde met zijn ‘ouds vermaarde en alom beroemde huizinge genaamd Groot-Paushuizen’ voor maaltijden en dans- en andere partijen.

Zijn logement met tuin, theekoepel en binnenplaats met koetsenparkeerplaats liep goed en trok gasten van hoog aanzien. In een schetsboek van de gebroeders Utenhove rond 1800 zien we een goed gevuld etablissement, met mensen achter ramen en muzikanten op straat.

Het Utrechts Archief

In 1799 organiseerde Gravelaar in Paushuize een ‘vauxhal en redoute’ (kermis- en dansfeest), met muziek en dans, in de aangename, mooi verlichte tuin. Entree: een gulden tien stuivers. Inbegrepen: verversingen van de koude keuken.

Advertentie in Utrechtsche Courant, via Delpher

Gravelaars beroemdste gast was de vrouw van Lodewijk Napoleon, Hortense. Zij overnachtte hier in 1807 op reis van Mainz naar Den Haag. De weduwe Gravelaar (Willem was in 1804 overleden) greep daarop de kans het logement naar haar te vernoemen: ‘hotel van de koningin van Holland’.

In 1813 werd Paushuize overgedragen aan de stad: het werd een koffiehuis. Het stadsmuziekcollege gaf hier uitvoeringen, er waren concerten en tijdens de kermis nachtelijke feesten. De toegangsprijzen waren hoog, het publiek was vermogend, maar winstgevend bleek het niet te zijn.

Een jaar later werd Paushuize aan het Rijk verkocht als woning voor de gouverneur. De vergaderzaal voor de Staten van Utrecht, die in 1830 werd toegevoegd, werd al gauw gebruikt als receptie- en feestzaal voor de Provincie Utrecht.

Diner in de Spiegelzaal, 1980, Het Utrechts Archief.

Zo was er in 1938 een verrassingsbezoek van Juliana en Bernhard op de jaarlijkse dansavond. De krant meldt: ‘Op den stillen binnenhof van Paushuize klonken de melodieën van tal van dansen naar buiten’. Pas rond half 2 vertrok het hoog bezoek weer, uitgezwaaid door de Commissaris.

Het lijkt nu allemaal ver weg, de feesten, diners en groepsbijeenkomsten. Maar het komt wel weer terug! Paushuize is en blijft een plek van vertier, waar mensen samenkomen om elkaar te ontmoeten – al is het voorlopig op veilige afstand. Tot volgende week!

Foto: Heirloom

Twitterrondleiding #7: wachthuisjes

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief. Dit keer: de wachthuisjes.

Foto: F.F. van der Werf, Het Utrechts Archief

Eind 2017 werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum Soesterberg. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Of er interesse was om ze terug te plaatsen?

Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes en de gotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Foto: Mark Sodaar, Provincie Utrecht

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar uit prenten en foto’s uit Het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin de wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan.

Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. Vanaf halverwege de negentiende eeuw tot circa 1875 hadden de wachthuisjes een hoog, puntig dak, zoals te zien is op dit detail van een stereofoto uit 1857.

Foto: Het Utrechts Archief.

Hierna zijn deze daken vervangen door een ronde, lagere variant. Deze zien we op de volgende foto door C. Marcussen uit 1875.

Foto: Het Utrechts Archief.

Pas op foto’s rond 1900 zijn de huisjes in hun huidige verschijningsvorm te zien (zie foto uit circa 1900. Deze huisjes hebben tot 1936 dienst gedaan; na die tijd zien we ze niet meer op foto’s terug.

Foto: Het Utrechts Archief.

Waarom wachthuisjes? Ze werden geplaatst toen Paushuize als ambtswoning voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koning(in)) in gebruik werd genomen. Mogelijk symboliseerden de (onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had.

De commissaris was namelijk bevelhebber van de krijgsmacht in de provincie. Op deze foto van F.F. van der Werf uit 1934 zien we commissaris s’Jacob en zijn vrouw, temidden van militaire autoriteiten, kijkend naar een militair defilé. Achter hen: de wachthuisjes.

Foto: Het Utrechts Archief.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door bouwbedrijf Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge.Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats gekregen. Ze hebben geen symbolische functie meer, maar horen bij de geschiedenis van Paushuize. De feestelijke onthulling gebeurde in 2018 door de toenmalige Commissaris Willibrord van Beek.

Foto: Froukje van der Meulen.

Twitterrondleiding #6: De bezetting

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief, het Nationaal Archief net Netwerk Oorlogsbronnen. Dit keer: de bezetting.

Op een dag als vandaag is het goed om stil te staan bij de donkere kant van de geschiedenis. Net als veel toonaangevende monumenten werd ook Paushuize gebruikt door de Duitse bezetter. Dat zou je, naast praktisch, ook een symbolische daad kunnen noemen: een uitdrukking van macht.

Paushuize was de ambtswoning van de Commissaris van de Koningin, L. Bosch van Rosenthal. Vanwege zijn anti-Duitse houding werd hij ontslagen. Nu kwam hier namens de NSB de Commissaris der Provincie wonen. Tot 1941 was dat F. Muller (r), daarna W. Engelbrecht (l).

Foto: Nationaal Archief

Utrecht was belangrijk voor de bezetter. De Maliebaan vormde het bestuurlijke centrum van de NSB, en ook huisden hier Utrechtse afdelingen van de nationaal-socialisten zoals de Sicherheitspolizei en de Wehrmacht. (Op de foto: verjaardagsviering Mussert op de Maliebaan, 1941.)

Foto: Netwerk Oorlogsbronnen

De boeken van Ad van Liempt en Wout Buitelaar tonen aan dat hier, in het hol van de leeuw, het verzet actief was. Zo leidde Kardinaal de Jong het kerkelijk verzet vanuit het Aartsbisschoppelijk Paleis, en woonde verzetsstrijder Marie Anne Tellegen pal naast de Sicherheitspolizei.

In Paushuize stelde de NSB-commissaris het monumentale decor van zijn woning ter beschikking aan de bezetter en NSB-kopstukken. Zo bewijst deze foto van de receptie voor van Musserts verjaardag in 1941: de Jeugdstorm vormde voor hem een erewacht bij de poort.

Foto: Het Utrechts Archief

In hetzelfde jaar werden Mussert en de Duitse NSDAP-bestuurder A. Hühnlein in de balzaal van Paushuize ontvangen. Er werd een lange tafel gedekt voor een feestmaal en wie goed kijkt, ziet het portret van Hitler aan de muur hangen.

Foto: Het Utrechts Archief

In 1942 bracht SS-leider H. Himmler een bezoek aan Nederland. Hij werd door Mussert ontvangen op het NSB-hoofdkwartier. Ze gingen met de auto naar Paushuize, waar ze de lunch gebruikten. Op filmbeelden zien we Himmler een sigaar roken op de binnenplaats.

Filmstill: Beeld en Geluid

De aanleiding voor dit bezoek was macaber. Historici achten het waarschijnlijk dat Himmler kwam controleren of Nederland klaar was voor de systematische Jodenvervolging. De beelden van ontspannen nazi-kopstukken in Paushuize roepen zo mogelijk een nog ongemakkelijker gevoel op.

Na de bevrijding keerde Bosch van Rosenthal terug in Paushuize als Commissaris van de Koningin, na een periode in het verzet. Een hoopvol beeld is deze foto van schoolkinderen die ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina in 1948 een aubade brengen aan de Commissaris van de Koningin.

Foto: Het Utrechts Archief