Twitterrondleiding #8: Paushuize en de stad

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en Museum Catharijneconvent. Dit keer: Paushuize en de stad.

Terwijl Adriaan van Utrecht in Spanje verbleef om in opdracht van Karel V de troonopvolging van Karel te regelen, liet hij in 1517 een huis bouwen in zijn geboortestad. Een machtig man als hij kocht natuurlijk niet zomaar een lapje grond – hij koos een bijzondere plek in de stad.

Zijn huis werd gebouwd op het terrein van de immuniteit van Sint Pieter. Dat prachtige laatgotische huis kennen we allemaal onder de naam Paushuize, maar die naam kreeg het pas toen Adriaan in 1522 tot paus werd gekozen.

Foto: Catharijneconvent, Utrecht

Het huis was gebouwd in afwisselende lagen van baksteen en natuursteen, met een trapgevel afgezet met pinakels en een Salvatorbeeld, dat verwees naar het kapittel van Sint-Salvator, waar Adriaan proost was. Het huis is opvallend lang en smal, met traptorens aan de korte kanten.

Foto: Heirloom

Het huis stond oorspronkelijk op het terrein van het kapittel van Sint Pieter. Kanunniken (geestelijken) hadden stukken grond rondom de kapittelkerk in bezit, vaak afgesloten van de stad door muren, water of poorten – immuniteiten genoemd. Gewone burgers kwamen hier niet.

In de tijd van Adriaan bestond ongeveer eenderde van de stad uit immuniteiten – ze maakten dus een substantieel deel uit van de leefomgeving. Nog altijd zijn de immuniteitsgrenzen te zien in de blauwdruk van de stad, bijvoorbeeld op de open plekken van het Janskerkhof en het Domplein.

Hoe zag zo’n immuniteit eruit? Deze tekening uit 1604 van de immuniteit van St. Jan geeft een indruk: de kerk staat in het midden, de grote kanunnikenhuizen eromheen, gericht op de kerk. Ze verbouwden hun eigen voedsel, dus midden in de stad waren er boomgaarden en moestuinen. De immuniteit werd in dit geval begrensd door muren en water.

Het Utrechts Archief

Een groene oase in de stad, met grote huizen op ruime percelen; dat had Adriaan niet slecht bekeken. Zijn huis stond aan de rand van de immuniteit van Sint-Pieter, die o.a. omgrensd werd de Kromme Nieuwegracht, zoals te zien op deze kaart naar Braun circa 1570.

Het Utrechts Archief

Maar Adriaan was toch geen kanunnik van de Sint Pieter? Dat klopt, maar de regels waren in de loop der tijd soepeler geworden. Grond binnen de immuniteiten werd verkocht aan andere rijke geestelijken en later zelfs leken. Wel was Adriaan gebonden aan enkele regels, zo blijkt uit de overdrachtsakte van 1517: de nieuwe bewoner moest het kapittel welgevallig zijn en zich gedragen als een medebroeder. Ook mocht Adriaan geen herberg beginnen, geen ambachten uitoefenen en geen kraam- of kinderbedden hebben, en geen ‘tappinge van bier of wijn’.

Na de reformatie werden de immuniteiten afgeschaft. De groene enclave is bebouwd; Paushuize staat nu op een levendige plek in het hart van de stad. Een plek die, zoals blijkt, met zorg was gekozen en ons veel vertelt over Adriaans bevoorrechte positie.

Twitterrondleiding #8: Paushuize als plek van vertier

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en Delpher. Dit keer: Paushuize als plek van vertier.

Als woning van de latere paus Adrianus VI heeft Paushuize altijd een zeker aanzien gehad in Utrecht. Het pand is in de volksmond altijd Paushuize blijven heten, en ook al heeft er nooit een paus gewoond: regenten, edellieden, koningen en gouverneurs resideerden er wel degelijk.

Toch kent de geschiedenis van Paushuize ook een meer lichtvoetige kant, als feestgebouw, logement, koffiehuis, concertzaal en danslocatie. Ook sinds de restauratie in 2011 worden er bruiloften, borrels, buluitreikingen, boekpresentaties en lezingen georganiseerd.

Duik in het rampjaar 1672 (de Republiek was in oorlog met Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen): een Franse legereenheid verscheen onder bevel van kolonel de Rochefort aan de Wittenvrouwenpoort – Utrecht werd bezet. De eigenaar van Paushuize, Johan van Bempden, vluchtte weg.

Paushuize werd in beslag genomen door François de Montmorency, hertog van Luxemburg en opperbevelhebber van het Franse leger, hier op een prent uit 1674 van het Utrechts Archief. Hij gebruikte Paushuize om feestelijke diners te organiseren, die soms eindigden in wilde drinkgelagen.

Het Utrechts Archief

In 1795 werd Paushuize verkocht aan Willem Gravelaar, een eenvoudige kok en pasteibakker, die de stap nam om een chique logement te beginnen. Hij adverteerde met zijn ‘ouds vermaarde en alom beroemde huizinge genaamd Groot-Paushuizen’ voor maaltijden en dans- en andere partijen.

Zijn logement met tuin, theekoepel en binnenplaats met koetsenparkeerplaats liep goed en trok gasten van hoog aanzien. In een schetsboek van de gebroeders Utenhove rond 1800 zien we een goed gevuld etablissement, met mensen achter ramen en muzikanten op straat.

Het Utrechts Archief

In 1799 organiseerde Gravelaar in Paushuize een ‘vauxhal en redoute’ (kermis- en dansfeest), met muziek en dans, in de aangename, mooi verlichte tuin. Entree: een gulden tien stuivers. Inbegrepen: verversingen van de koude keuken.

Advertentie in Utrechtsche Courant, via Delpher

Gravelaars beroemdste gast was de vrouw van Lodewijk Napoleon, Hortense. Zij overnachtte hier in 1807 op reis van Mainz naar Den Haag. De weduwe Gravelaar (Willem was in 1804 overleden) greep daarop de kans het logement naar haar te vernoemen: ‘hotel van de koningin van Holland’.

In 1813 werd Paushuize overgedragen aan de stad: het werd een koffiehuis. Het stadsmuziekcollege gaf hier uitvoeringen, er waren concerten en tijdens de kermis nachtelijke feesten. De toegangsprijzen waren hoog, het publiek was vermogend, maar winstgevend bleek het niet te zijn.

Een jaar later werd Paushuize aan het Rijk verkocht als woning voor de gouverneur. De vergaderzaal voor de Staten van Utrecht, die in 1830 werd toegevoegd, werd al gauw gebruikt als receptie- en feestzaal voor de Provincie Utrecht.

Diner in de Spiegelzaal, 1980, Het Utrechts Archief.

Zo was er in 1938 een verrassingsbezoek van Juliana en Bernhard op de jaarlijkse dansavond. De krant meldt: ‘Op den stillen binnenhof van Paushuize klonken de melodieën van tal van dansen naar buiten’. Pas rond half 2 vertrok het hoog bezoek weer, uitgezwaaid door de Commissaris.

Het lijkt nu allemaal ver weg, de feesten, diners en groepsbijeenkomsten. Maar het komt wel weer terug! Paushuize is en blijft een plek van vertier, waar mensen samenkomen om elkaar te ontmoeten – al is het voorlopig op veilige afstand. Tot volgende week!

Foto: Heirloom

Twitterrondleiding #7: wachthuisjes

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief. Dit keer: de wachthuisjes.

Foto: F.F. van der Werf, Het Utrechts Archief

Eind 2017 werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum Soesterberg. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Of er interesse was om ze terug te plaatsen?

Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes en de gotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Foto: Mark Sodaar, Provincie Utrecht

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar uit prenten en foto’s uit Het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin de wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan.

Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. Vanaf halverwege de negentiende eeuw tot circa 1875 hadden de wachthuisjes een hoog, puntig dak, zoals te zien is op dit detail van een stereofoto uit 1857.

Foto: Het Utrechts Archief.

Hierna zijn deze daken vervangen door een ronde, lagere variant. Deze zien we op de volgende foto door C. Marcussen uit 1875.

Foto: Het Utrechts Archief.

Pas op foto’s rond 1900 zijn de huisjes in hun huidige verschijningsvorm te zien (zie foto uit circa 1900. Deze huisjes hebben tot 1936 dienst gedaan; na die tijd zien we ze niet meer op foto’s terug.

Foto: Het Utrechts Archief.

Waarom wachthuisjes? Ze werden geplaatst toen Paushuize als ambtswoning voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koning(in)) in gebruik werd genomen. Mogelijk symboliseerden de (onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had.

De commissaris was namelijk bevelhebber van de krijgsmacht in de provincie. Op deze foto van F.F. van der Werf uit 1934 zien we commissaris s’Jacob en zijn vrouw, temidden van militaire autoriteiten, kijkend naar een militair defilé. Achter hen: de wachthuisjes.

Foto: Het Utrechts Archief.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door bouwbedrijf Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge.Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats gekregen. Ze hebben geen symbolische functie meer, maar horen bij de geschiedenis van Paushuize. De feestelijke onthulling gebeurde in 2018 door de toenmalige Commissaris Willibrord van Beek.

Foto: Froukje van der Meulen.

Twitterrondleiding #6: De bezetting

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief, het Nationaal Archief net Netwerk Oorlogsbronnen. Dit keer: de bezetting.

Op een dag als vandaag is het goed om stil te staan bij de donkere kant van de geschiedenis. Net als veel toonaangevende monumenten werd ook Paushuize gebruikt door de Duitse bezetter. Dat zou je, naast praktisch, ook een symbolische daad kunnen noemen: een uitdrukking van macht.

Paushuize was de ambtswoning van de Commissaris van de Koningin, L. Bosch van Rosenthal. Vanwege zijn anti-Duitse houding werd hij ontslagen. Nu kwam hier namens de NSB de Commissaris der Provincie wonen. Tot 1941 was dat F. Muller (r), daarna W. Engelbrecht (l).

Foto: Nationaal Archief

Utrecht was belangrijk voor de bezetter. De Maliebaan vormde het bestuurlijke centrum van de NSB, en ook huisden hier Utrechtse afdelingen van de nationaal-socialisten zoals de Sicherheitspolizei en de Wehrmacht. (Op de foto: verjaardagsviering Mussert op de Maliebaan, 1941.)

Foto: Netwerk Oorlogsbronnen

De boeken van Ad van Liempt en Wout Buitelaar tonen aan dat hier, in het hol van de leeuw, het verzet actief was. Zo leidde Kardinaal de Jong het kerkelijk verzet vanuit het Aartsbisschoppelijk Paleis, en woonde verzetsstrijder Marie Anne Tellegen pal naast de Sicherheitspolizei.

In Paushuize stelde de NSB-commissaris het monumentale decor van zijn woning ter beschikking aan de bezetter en NSB-kopstukken. Zo bewijst deze foto van de receptie voor van Musserts verjaardag in 1941: de Jeugdstorm vormde voor hem een erewacht bij de poort.

Foto: Het Utrechts Archief

In hetzelfde jaar werden Mussert en de Duitse NSDAP-bestuurder A. Hühnlein in de balzaal van Paushuize ontvangen. Er werd een lange tafel gedekt voor een feestmaal en wie goed kijkt, ziet het portret van Hitler aan de muur hangen.

Foto: Het Utrechts Archief

In 1942 bracht SS-leider H. Himmler een bezoek aan Nederland. Hij werd door Mussert ontvangen op het NSB-hoofdkwartier. Ze gingen met de auto naar Paushuize, waar ze de lunch gebruikten. Op filmbeelden zien we Himmler een sigaar roken op de binnenplaats.

Filmstill: Beeld en Geluid

De aanleiding voor dit bezoek was macaber. Historici achten het waarschijnlijk dat Himmler kwam controleren of Nederland klaar was voor de systematische Jodenvervolging. De beelden van ontspannen nazi-kopstukken in Paushuize roepen zo mogelijk een nog ongemakkelijker gevoel op.

Na de bevrijding keerde Bosch van Rosenthal terug in Paushuize als Commissaris van de Koningin, na een periode in het verzet. Een hoopvol beeld is deze foto van schoolkinderen die ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina in 1948 een aubade brengen aan de Commissaris van de Koningin.

Foto: Het Utrechts Archief

Twitterrondleiding #5: Oranjeportretten

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Centraal Museum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit keer: Oranjeportretten.

Het is Koningsdag! Tijd om stil te staan bij de Oranjeportretten in Paushuize. Als officiële ontvangstlocatie van de Utrechtse Commissaris van de Koning (Hans Oosters), en daarmee een overheidsgebouw, zijn hier verschillende staatsieportretten te vinden.

Dat is overigens geen verplichting, maar een goed gebruik. Staatsieportretten werden vaak nageschilderd, of als prent of foto verspreid over de verschillende overheidsgebouwen. In Paushuize hangen ze bijeen in de Koninginnekamer, kijk hier maar eens rond.

In de Koninginnekamer is ook ruimte voor koningen: zowel Willem I als Willem II hangen hier aan de muur. Deze portretten zijn kopieën naar de officiële staatsieportretten door respectievelijk Charles Hodges (1816) en Nicolaas Pieneman (1849). (bruikleen RCE)

Bruikleen RCE, Amersfoort
Bruikleen RCE, Amersfoort

Dit portret toont een jonge Wilhelmina in 1890. Een foto, genomen door de Haagse hoffotograaf Heinrich Wilhelm Wollrabe, is in kleur gedrukt en op linnen aangebracht, en vervolgens met olieverf beschilderd. Zo lijkt het net een origineel schilderij.

Er is zelfs parelmoer gebruikt om de glimeffecten van Wilhelmina’s kroon te benadrukken. Dit soort reproducties werden vervaardigd door het atelier van Henri Bogaerts, die zijn drukprocédé gepatenteerd had als Peinture Bogaerts en op die manier duizenden kopieën vervaardigde.

Bruikleen RCE, Amersfoort
Detail

Wilhelmina werd ook meerdere malen geportretteerd door Thérèse Schwartze. Zij was een veelgevraagd portrettiste van de Nederlandse elite en wist daarmee internationale bekendheid te verwerven. Dit portret is een reproductie van een pasteltekening uit 1915.

Het meest moderne schilderij in Paushuize is een metershoog doek met beeltenissen van Beatrix, Juliana, Wilhelmina en Emma. Vier generaties Nederlandse koninginnen, geschilderd in opdracht van de Provincie Utrecht door Bert van Zelm in 2005.

We verlaten de Koninginnekamer, en treffen Willem III aan op een schilderij van Pieneman op de bel-etage. De koning is afgebeeld op de binnenplaats van Paushuize, waar hij in 1853 een verzoekschrift kreeg aangeboden van de burgerij.

Sinds de reformatie was het uitoefenen van katholicisme verboden. Met de Grondwet (1848) mocht dat weer, en werd een aartsbisschop benoemd. Dit maakte een storm van protest los; zodoende het (vergeefse) verzoek aan de koning om het herstel van de katholieke hiërarchie te stoppen.

Bruikleen Centraal Museum, Utrecht

Overigens: de enige koning die langere tijd in Paushuize verbleef, is Lodewijk Napoleon. Hij logeerde hier in afwachting van de voltooiing van zijn paleis op de Drift (nu bieb @UniUtrecht). Uiteindelijk vertrok hij naar het stadhuis op de Dam – Utrecht werd toch geen hoofdstad…

Tenslotte komen we de jonge Wilhelmina weer tegen in de Balzaal. Tien jaar was ze, toen haar vader overleed en zij officieel koningin werd. Dit portret is een kopie van een foto, die overigens ook op munten werd gebruikt en de geschiedenis inging als ‘Wilhelmina met hangend haar’.

Haar beeltenis kwam bij toeval tevoorschijn tijdens de restauratie van de Balzaal door Peter Dijkman en Claudia Junge. Ze werd waarschijnlijk op de muur geschilderd toen zij haar vader opvolgde, en is mogelijk weer overgeschilderd toen ze ouder werd.

Tegenover haar zien we Willem-Alexander: het portret dat we kennen van de euromunt. Ter gelegenheid van zijn kroning in 2013 deed hij alle provincies aan, en bezocht hij ook Paushuize. Zo wordt de lijn doorgetrokken naar het heden. Fijne Koningsdag thuis, en tot volgende week!

Twitterrondleiding #4: de bel-etage

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief, het Centraal Museum en het Catharijneconvent. Dit keer: de bel-etage.

De bel-etage (‘mooie etage’) is letterlijk heel mooi. Dat komt door de kunst en meubels van het Centraal Museum, de RCE en het Catharijneconvent. Maar dat is niet alles; ook voor de stoffering en vaste interieuronderdelen zijn prachtige materialen gebruikt. Een rondgang langs de mooiste details!

Foto: Heirloom

Tijdens de restauratie van Paushuize in 2009-2011 zijn de vier salons opnieuw ingericht. Voor inspiratie is gekeken naar vaste interieuronderdelen zoals de lambrisering, stucplafonds en haarden, en is naar een passende aankleding gezocht. Elke salon kreeg een andere uitstraling.

De Adrianussalon is genoemd naar de schilderijenserie over het leven van Adrianus, ca 1760 geschilderd door Dionys van Nijmegen (bruikleen Museum Catharijneconvent). Hij werd opgeleid door Jacob de Wit (bekend van de grisailles of ‘witjes’) en maakte behangsels, plafond- en schoorsteenstukken.

Foto: Leven Magazine

Vanwege de 18e-eeuwse haard is gekozen voor een donkerblauw veloursbehang met een goudkleurig dessin uit die periode. Alleen huizen van de allerrijksten werden gedecoreerd met kostbaar behang van goudleer of stof. Het goedkopere papierbehang dat we nu kennen was nog niet gangbaar.

Foto: Froukje van der Meulen

Bij veloutébehang zijn motieven van wolpluis of andere vezels op de doeken aangebracht. Hiervoor werd de voorstelling eerst in lijm op de onderlaag gedrukt. Daarna werd het materiaal met behulp van een zeef ‘bestoven’. Het resultaat is behang met een fluweelzacht uiterlijk.

Wist je trouwens dat er een prachtige collectie van historische behangsels van de Stichting Historische Behangsels is ondergebracht in Oud Amelisweerd? Als het straks weer kan, zeker een bezoek waard!

De Hortensesalon is genoemd naar Hortense de Beauharnais, koningin van Holland (1806-1810) en echtgenote van Lodewijk Napoleon. Toen Paushuize nog een chique logement was, bracht ze hier een nacht door. Het logement kreeg daarna de eretitel ‘Hotel van de Koningin van Holland’.

Foto: Wikimedia Commons

Deze salon is ingericht in empirestijl. Het hof van Napoleon liet zich graag omringen door deze neoclassicistische motieven. De wandbekleding van mintgroene zijde is gekopieerd van een patroon uit Paleis Noordeinde. Aan de wanden hangen schilderijen van het Centraal Museum.

De inrichting van de Van Tuylsalon is gebaseerd op de gebeeldhouwde 16e-eeuwse Italiaanse schouw, met twee kariatiden die het fries op hun hoofd dragen. (De schouw is hier overigens pas in 1959 geplaatst!) Aan de wanden hangt een ingetogen, rood wollen laken.

Foto: Heirloom

De lambrisering en de deur zijn beschilderd met een houtimitatie, een specialistisch ambacht. De houtnerf die hier wordt nagebootst wordt is coromandel, een exotische houtsoort die vroeger zeer kostbaar was.

Foto: Atelier Terhorst

De laatste salon, de Soetesalon, heeft behangsels van goudgeel damast naar 19e-eeuws dessin. Ze passen mooi bij het kleurrijke tapijt dat mogelijk het ontwerp van de ontwerper Theo Colenbrander is.

Foto: Froukje van der Meulen
Foto: Wikimedia Commons

De schilderijen van Pieter Jan van Liender (bruikleen Centraal Museum) zijn onderdeel geweest van de regentenkamer van het Diaconie weeshuis aan de Breedstraat (afgebroken 1954, hier op een foto het Utrechts Archief uit 1906).

Foto: Het Utrechts Archief

Tijdens de restauratie zijn ook deze bewerkte, gietijzeren radiatoren ontdekt. Van sommigen is de omkasting weggehaald, zodat de warmte weer ongestoord kan uitstralen, en de details bovendien weer zichtbaar zijn. Zoals altijd, zit schoonheid in de details. Tot volgende week!

PS. Kijk vooral nog even rond in de salons via deze 360-graden foto’s!

Foto: Froukje van der Meulen

Twitterrondleiding #3: de zolder

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en de RCE. Vandaag: de zolder.

Foto: Heirloom

De eikenhouten dakconstructie, die nog dateert uit de bouwtijd (ca. 1517), is heel goed te zien. De constructie bestaat uit spanten, die van de nok tot de voet van het dak lopen, en horizontale balken.

Westgevel en zolder Paushuize, Ad Mulder, 1881 (RCE, Amersfoort)

Een leuk detail is de ‘nummering’ van de spanten en balken. De 16e-eeuwse bouwlieden hebben met een beitel acht putjes gehakt in de balk, die aansluit op de spant met acht putjes. Aan het andere uiteinde zijn het halve maantjes. Deze telmerken zijn over de hele zolder te zien.

Foto: Froukje van der Meulen

De zolder werd in de 20e eeuw gebruikt als kantoor voor ambtenaren van de provincie Utrecht. In 1995 verhuisden zij naar het provinciehuis aan de Pythagoraslaan, en werd Paushuize een plek voor officiële ontvangsten.

Ambtenaren op de binnenplaats van Paushuize, 1934 (foto: Het Utrechts Archief)

Tijdens de restauratie (2009-2011) werden de binnenwanden en het tussenplafond verwijderd. Daarmee kwam dakconstructie tot in de nok weer in het zicht. De witgeverfde delen zijn voorzichtig schoongemaakt, maar hebben wel een lichte waas achtergelaten.

Behalve het zichtbaar maken van de kap, is er ook veel aandacht besteed aan isolatie. De kap is van buitenaf geïsoleerd en de wanden van binnenuit. Bijzonder is dat zowel de cultuurhistorische waarden als de duurzaamheid aanzienlijk verbeterd zijn (zie voor meer informatie hierover de website van Dumo Prestatie).

Foto: Buro Vitruvius

Vanaf de zolder heb je het mooiste zicht op de Dom: vanuit dit oogpunt lijken kerk en toren nog steeds één geheel. Ook kijk je op de gekanteelde toren van de Faculty Club van de Universiteit Utrecht (een 15e-eeuws claustraal huis), en, verder weg, de Inktpot en de Verrekijker (de Rabotoren).

Foto: Froukje van der Meulen

De andere kant op kijk je langs de Kromme Nieuwegracht precies op de voormalige Remonstrantse kerk uit 1863, met de opvallende Byzantijnse toren (architect F.J. Nieuwenhuis). Op deze plek stond het 15e-eeuwse Hieronymusconvent.

Voormalige Remonstrantse kerk, nu Ottone, in 1914 (Foto: Het Utrechts Archief)

Tegenwoordig wordt de zolder vooral gebruikt als vergaderplek. Wil je de zolder zelf bekijken, zonder alle trappen te hoeven beklimmen? Bekijk dan de panoramafoto’s hier. Tot volgende week!

Foto: Heirloom

Twitterrondleiding #2: archeologie & bouwhistorie in de kelder

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Centraal Museum, de Gemeente Utrecht en de RCE. Vandaag: archeologie en bouwhistorie in de kelder.

Foto: Froukje van der Meulen

Tijdens archeologisch onderzoek in de bodem van Paushuize in 2010-2011 zijn er zo’n 3200 vondsten opgegraven. Het gaat voornamelijk om aardewerken fragmenten, botonderdelen en bouwmateriaal (nu in het archeologisch depot van de Gemeente Utrecht). Een selectie is te zien in de kelder.

Maquette van het Romeinse castellum op het Domplein. (Foto: Centraal Museum, Utrecht)

De oudste sporen die in de kelders van Paushuize zijn aangetroffen, dateren uit de Romeinse tijd. Ze horen bij de vicus (kampdorp) van het castellum (legerfort) op de plek van het huidige Domplein, op steenworp afstand van Paushuize.

De vondsten geven een inkijk in het dagelijks leven in een vicus: zo zijn er overblijfselen van verschillende drinkgelagen gevonden met scherven van bekers, kruiken en amforen. Soms gaat het om persoonlijke bezittingen, zoals een ring, een haarnaald en een mantelspeld.

Foto: Froukje van der Meulen
Uit de tijd van de bouw van Paushuize (1517) en daarna zijn er verschillende gebouwonderdelen gevonden, zoals een stuk dakgoot, scherven van glas-in-lood, haardstenen en spijkers van verschillende afmetingen.

Foto: Froukje van der Meulen

Foto: Froukje van der Meulen

Ook de nieuwere vondsten, zoals een geglazuurde kan uit 1600, scherven van achttiende-eeuws Chinees porselein en industrieel gefabriceerd glas uit de negentiende eeuw, zijn stille getuigen van de levens die zich in en rond Paushuize hebben afgespeeld.

Ad Mulder, Lengtedoorsnede en kelders van Paushuize, 1884, Foto: RCE, Amersfoort.

De fundering van de oostelijke muur en de noordelijke toren, ook in de kelder te zien, behoort tot de belangrijkste bouwhistorische sporen van Paushuize, die tijdens de restauratie van 2009-2011 aan het licht zijn gekomen.

Foto: Froukje van der Meulen

De onderste laag is opgebouwd uit grote kloostermoppen. Aan de lichte knik te zien lijkt deze laag met haast gelegd. Hier bovenop is in kleinere bakstenen de definitieve vorm van de plattegrond gelegd. Deze afwijking kan te verklaren zijn door een onderbreking in het bouwproces.

Foto: Froukje van der Meulen
De overkluisde waterput dateert waarschijnlijk uit de bouwperiode van Paushuize, omstreeks 1517, aangezien hij bestaat uit dezelfde soort bakstenen als de traptoren hier vlakbij. De put is één van de overblijfselen die duiden op het vroegere dagelijks gebruik van de kelder. Met een buis was de put verbonden met de keuken, waar mogelijk een (hand)pomp heeft gezeten. Zo werd vers grondwater opgepompt om te gebruiken in de keuken. In totaal zijn er tijdens de restauratie van 2011 drie waterputten aangetroffen. Deze is mbv glas weer zichtbaar gemaakt!

Foto: Heirloom, Utrecht
De kelder was een plek om te koken, voor dienstvertrekken en om spullen op te slaan. Maar deze ruimte is opvallend chique, met marmeren vloer, natuurstenen trap, een symmetrische opzet en decoratieve elementen. Werd dit gebruikt als ontvangstruimte?

Tip! Neem een 360-graden kijkje in deze ruimte, en in de overige kelderruimtes, op de website van Heirloom. Tot volgende week!

Twitterrondleiding #1: portretten van paus Adrianus VI

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van het Centraal Museum, het Utrechts Archief en het Catharijneconvent. Eerste deel: de portretten van paus Adrianus VI.

Foto: Provincie Utrecht

Dit vermoedelijk 18e-eeuwse portret van paus Adrianus VI hangt in de hal van Paushuize. Het is een (niet exacte) kopie naar een portret door Jan van Scorel. Hij was evenals Adrianus afkomstig uit Utrecht, en werd benoemd als opzichter van de kunstcollectie in de Belvedère in Rome.

Verschillende bronnen vermelden dat Van Scorel een aantal portretten van de paus schilderde. De Venetiaanse gezant Sanuto schreef in 1523 dat een jonge Nederlandse schilder bezig was aan 2 portretten van de paus, en dat deze zo goed op hem leken dat het was alsof men hem zelf zag.

Foto: Centraal Museum, Utrecht

De oorspronkelijke portretten van Van Scorel zijn verloren gegaan. Wel zijn er verschillende kopieën bekend van de compositie van in elk geval één van de portretten, o.a. in het Aartsbisschoppelijk Paleis en het Centraal Museum.

Foto: Wikimedia Commons

Het portret past in een traditie van pauselijke portretten die teruggaat op het portret van Paus Julius II door Rafael, ca 1511-1512. Rafael brak met de manier waarop hiervoor pausen geportretteerd werden (frontaal, of knielend en profil). Julius is driekwart afgebeeld, zittend.

Ook nieuw was de intieme, meer persoonlijke manier waarop de paus werd afgebeeld: in gedachten weggezonken. Deze manier van pauselijke portretkunst werd de nieuwe standaard, twee eeuwen daarna nagevolgd door kunstenaars als Sebastiano del Piombo en Diego Velázquez.

Foto: Catharijneconvent, Utrecht

Er zijn meer portretten van Adrianus in Paushuize. Een mooie serie schilderijen van belangrijke scènes uit zijn leven, geschilderd door Dionys van Nijmegen in 1763, hangt in de Adrianussalon. Het is een bruikleen van het Catharijneconvent.

Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort

Ze zijn oorspronkelijk gemaakt voor de ‘Pauszaal’ in het huis op de plek van Adrianus’ geboortehuis (hoek Oudegracht/Brandstraat, vanaf 1868 de meisjesschool Paus Adriaan). Een vroegere eigenaar had deze levensgrote schilderingen laten aanbrengen, als eerbetoon.

Foto: Ciao Tutti

Adrianus heeft nooit in Paushuize gewoond. De enige paus die er ooit is geweest, is Johannes Paulus II in 1985. In de Adrianussalon herinnert een foto aan dit historische moment. Dit bezoek ging gepaard met een storm van kritiek, demonstraties en geweld.

Nederland begin jaren 80: tanend kerkbezoek, hevige demonstraties tegen alles wat gezag uitstraalde en minimale steun vanuit de Nederlandse katholieken voor het Vaticaan. De paus was op zijn zachtst gezegd niet populair, en zijn bezoek aan Nederland verliep dan ook zeer onrustig.

In Paushuize ging paus Johannes Paulus in gesprek met andere kerkvertegenwoordigers. Een sfeerbeeld: de ramen waren de dag ervoor aan diggelen geslagen en de omliggende straten waren afgezet. Tijdens zijn afscheid liet hij echter niks blijken van de kille ontvangst in Nederland.

Hij verwees naar zijn Utrechtse voorganger: ‘Als uw illustere landgenoot Paus Adrianus VI op dit ogenblik in mijn plaats het woord tot u kon voeren, zou hij alleen maar zijn rechtmatige trots en zijn gelukwensen kunnen uitspreken […]’.

Het kan niet anders of paus Johannes Paulus II bezat evenveel diplomatieke kwaliteiten als paus Adrianus VI gehad moet hebben. 😉

Tot zover de rondleiding vandaag. Tot volgende week!