Eindelijk: een paus in Paushuize

Het omstreden bezoek van paus Johannes Paulus II aan Paushuize in 1985

Een ingelijste foto van het bezoek van paus Johannes Paulus II tijdens zijn bezoek aan Paushuize in 1985. (Foto: Ciao Tutti)

Toen de Utrechtse paus Adrianus VI overleed in 1523, had niemand kunnen vermoeden dat het eeuwenlang zou duren voordat er weer een niet-Italiaanse paus zou aantreden. Het was 1978 toen Karol Wojtyla (1920-2005) – een Pool – werd gekozen als hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk en daarmee zijn entree maakte als ‘buitenlander’ in het Vaticaan. Ook hij kreeg, net als Adrianus, veel weerstand te verduren; niet in de laatste plaats tijdens zijn bezoek aan Nederland, België en Luxemburg in 1985. Hij werd toen onder andere ontvangen in Paushuize – waarmee hij de eerste en enige paus was die ooit een voet in Paushuize heeft gezet. Dit bezoek ging gepaard met een storm van kritiek, demonstraties en geweld. In de Adrianussalon van Paushuize herinnert een zwart-witfoto in een zilveren lijstje aan dit historische moment. We zien de paus glimlachend bij het portret van zijn Utrechtse voorganger. Wat deed de paus in Paushuize? En waarom was dit bezoek zo omstreden?

Non è molto

Hiervoor moeten we terug naar het van het begin van de jaren tachtig. Nederland had te maken met een tanend kerkbezoek, hevige demonstraties tegen alles wat gezag uitstraalde en minimale steun vanuit de Nederlandse katholieken voor het Vaticaan. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1963) had weliswaar vernieuwing met zich meegebracht, maar Nederlandse progressieve katholieken die openlijk spraken over homoseksuelen, anticonceptie, vrouwelijke priesters, afschaffing van het celibaat en een meer democratische invulling van het pauselijk ambt – dat ging het Vaticaan te ver. Nederland werd teruggefloten en er werden meer conservatieve bisschoppen benoemd. Dat maakte de paus er niet populairder op. Toen in 1983 paus Johannes Paulus II, op uitnodiging van de Belgen, had toegezegd om België en Luxemburg te bezoeken, kon Nederland simpelweg niet achterblijven, ook al was er op z’n zachtst gezegd weinig animo voor een pausbezoek.

Die kritische houding bleek ook uit een enquête van Elsevier’s Magazine waaruit bleek dat voor slechts 3% van de Nederlandse katholieken de paus welkom was. Op 8 mei 1985, drie dagen vóór het bezoek van de paus, kwamen meer dan 10.000 kritische katholieken bijeen in Den Haag – zónder paus. Hiermee werd het begin gevormd van de progressieve Acht Mei Beweging. In het satirische televisieprogramma Pisa werd de paus door Henk Spaan en Harry Vermeegen gepersifleerd als Popie Jopie. In Amsterdam werd posters verspreid door de kraakbeweging, waarop de paus stond afgebeeld met een hakenkruis op zijn arm en een schietschijf op zijn hoofd. Degene die de paus zou liquideren zou een beloning krijgen van f 15.000,-. Toen aartsbisschop Simonis tijdens een voorbereidingsbijeenkomst de paus voor deze posters waarschuwde, sprak hij: ‘non è molto’ (‘dat is niet veel’).[1]

Stroeve gesprekken

Het bezoek ging toch door. Tussen 11 en 14 mei 1985 deed de paus Den Bosch, Den Haag, Utrecht, Amersfoort en Maastricht aan. Hij ontmoette bisschoppen, kardinalen en kloosterlingen, ministers, jongeren en de koningin. Ondertussen bleef het op het vliegveld in Eindhoven en in de straten van Den Bosch akelig leeg; de verwachte mensenmassa’s bleven uit. De dag erna liep in Utrecht, vlakbij de Jaarbeurs waar de paus in gesprek was met vertegenwoordigers van het missiewerk, een demonstratie volledig uit de hand. Met stokken en stenen bewapende ‘punkers’, ‘relbewuste jongeren’ en ‘voetbalsupporterachtige figuren’ raakten slaags met de ME, waarbij traangas werd ingezet, waarschuwingsschoten werden gelost en veertien gewonden vielen.[2]

Confrontatie in Utrecht tussen naar de Jaarbeurs optrekkende demonstranten en de ME. (Foto: Het Utrechts Archief / Wikimedia Commons)

De volgende dag was de paus te gast in Paushuize, op uitnodiging van de provincie Utrecht, de eigenaar van het pand. ‘Nu het paleisje recentelijk geheel is gerestaureerd is, zal het tijd worden dat er eindelijk eens een paus voet binnen de deur zet,’ had een woordvoerder van het provinciaal bestuur twee jaar eerder gezegd.[3] Nu was het eindelijk zo ver: op 13 mei 1985, rond 18 uur, kwam de paus dan eindelijk Paushuize binnen. Hij ging in gesprek met vertegenwoordigers van de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken, de Evangelisch-Lutherse Kerk, de Oud-Katholieke Kerk en de Evangelische Broedergemeente. De bedoeling was een gelijkwaardig gesprek tussen de kerkleiders, gevolgd door een oecumenische gebedsdienst in de nabijgelegen Pieterskerk, maar ook nu verliep het programma niet vlekkeloos. Het gesprek en de gebedsdienst liepen stroef, of zoals de vertegenwoordiger van de Hervormde synode ds H. Hunting het later verwoordde: ‘niet op voet van collegialiteit’.[4] Tijdens de gebedsdienst stond de stoel van de paus iets meer naar voren geschoven dan die van de andere kerkleiders, en waar de paus kon blijven zitten, moesten de andere leiders een stuk lopen naar hun lessenaar. Bovendien sprak de paus een deel van zijn toespraak niet uit, zogezegd wegens tijdgebrek, maar de voor de oecumene belangrijke onderwerpen zoals gemengde huwelijken en de positie van de vrouw bleven daarmee onbesproken.[5] De kerkleiders van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk zijn daarom het jaar erop naar Rome gegaan om alsnog met de paus in gesprek te gaan.[6]

Ramen aan diggelen

Dat de ramen van Paushuize de dag ervoor aan diggelen waren geslagen, de omliggende straten waren afgezet en op een steenworp afstand de bewoners van het gekraakte pand ‘De Truttige Tuyl’ op last van de politie in hun huis waren opgesloten;[7] het kan de paus toch onmogelijk ontgaan zijn. Tijdens zijn afscheidsceremonie liet hij echter nauwelijks iets blijken van de kille ontvangst in Nederland. Hij sprak zijn bewondering uit voor ‘[Nederlands] orde en schoonheid, welvaart en gastvrijheid, voor de robuuste gezondheid, de werklust en de godsdienstzin van zijn bevolking.’ Ook verwees hij nog naar zijn Utrechtse voorganger: ‘Als uw illustere landgenoot Paus Adrianus VI op dit ogenblik in mijn plaats het woord tot u kon voeren, zou hij alleen maar zijn rechtmatige trots en zijn gelukwensen kunnen uitspreken en u kunnen aanmoedigen om in dit land van sint Servatius en sint Willibrordus het werk van God voort te zetten.’[8] Het kan niet anders of paus Johannes Paulus II bezat evenveel diplomatieke kwaliteiten als paus Adrianus VI gehad moet hebben.

Meer weten?

Bekijk de aflevering ‘De paus in Nederland, 1985’ van Andere Tijden (VPRO, uitgezonden op 3 juni 2003).

Noten

[1] ‘De paus in Nederland, 1985’, Andere Tijden, VPRO, 3 juni 2003.

[2] W. de Jong en A. Knol, ‘Paus merkt niets van grimmige rellen,’ in: Het Vrije Volk, 13-05-1985.

[3] ‘Utrecht wil wel eens een paus in Paushuize zien’, in: Trouw, 14-06-1983.

[4] ‘Stichting pausbezoek biedt haar excuus aan, in: Nederlands Dagblad, 29-05-1985.

[5] T. van der Werf, ‘Terugblik pausbezoek. Oecumene in Utrecht nog niet begraven’, in: Nieuwsblad van het Noorden, 15-05-1985.

[6] ‘Gesprek protestanten met Vaticaan moet oecumenisch pastoraat dienen,’ in: Leeuwarder Courant, 08-03-1986.

[7] ‘Truttige Tuyl is alsnog verontwaardigd’, in: De Volkskrant, 13-08-1985.

[8] Toespraak van Johannes Paulus II tot de katholieken van Nederland, 13-05-1985. Via de website van het Vaticaan.

Op wacht voor Paushuize

Wachthuisjes uit het Nationaal Militair Museum

De derde generatie wachthuisjes, die nu in gerestaureerde vorm op de binnenplaats staat, op een foto van de Utrechtse stadsfotograaf F.F. van der Werf uit 1930 (Foto: Het Utrechts Archief)

Eind 2017 werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes aan de zijkanten en de neogotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende- en negentiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar van prenten en foto’s uit het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin er wel degelijk wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan. Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. Vanaf halverwege de negentiende eeuw tot circa 1875 hadden de wachthuisjes een hoog, puntig dak. Hierna zijn deze daken vervangen door een ronde, lagere variant. Pas op foto’s rond 1900 zijn de huisjes in hun huidige verschijningsvorm te zien. Deze huisjes hebben tot 1936 dienst gedaan.

Toen Paushuize als werkruimte en woonhuis voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koningin) in gebruik werd genomen, werden ook de twee wachthuisjes op de brug over de Kromme Nieuwegracht geplaatst. Mogelijk symboliseerden de (waarschijnlijk onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had, als bevelhebber van de krijgsmacht in zijn provincie.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door aannemer Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge. Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats van Paushuize gekregen.

Met dank aan: Marc van der Vorm, Province Utrecht

De eerste generatie wachthuisjes, met puntdak, op een staalgravure door L. Thümling naar een tekening van J.W. Cooke rond 1850 (Afbeelding: Het Utrechts Archief).

De tweede generatie wachthuisjes, met koepeldak, op een ansichtkaart rond 1895-1803 (Foto: Het Utrechts Archief).

De wachthuisjes, nog in ongerestaureerde staat, in het depot van het Nationaal Militair Museum (Foto: Mark Sodaar).

De onthulling van de wachthuisjes door de commissaris van de Koning Willibrord van Beek op 17 mei 2018. (Foto: Froukje van der Meulen).