Open Monumentendag 2015 groot succes!

Open Monumentendag 2015 is achter de rug, en ik kijk terug op een geslaagde dag. Alleen al in Paushuize hebben ruim 600 bezoekers een rondleiding door de salons en de balzaal gekregen van een van de vrijwillige – fantastische – gidsen. Nog meer mensen hebben ook een kijkje genomen op de binnenplaats, waar workshops werden gegeven door de restauratoren van de balzaal, Peter Dijkman en Claudia Junge. In de stad Utrecht zijn er ruim 17.000 bezoekers geteld, met als grote uitschieter het Hoofdpostkantoor op de Neude. Het weer was goed, de sfeer relaxed, de opkomst enorm. Kortom: een groot succes!

IMG_20150912_124217~2
Foto’s: Froukje van der Meulen
IMG_20150912_110453 IMG_20150912_101609 IMG_20150912_124137

Open Monumentendag Utrecht: mijn 7 favorieten

Foto: www.postkantoor-utrecht.nl
Foto: www.postkantoor-utrecht.nl
Toen het thema van Open Monumentendag 2015 bekend werd gemaakt, ‘Kunst en Ambacht’, was ik meteen enthousiast. Als liefhebber van oude interieurs kon ik mijn hart ophalen dit jaar. Want al die stucplafonds, goudleerbehangsels, muurschilderingen en geglazuurde tegeltjes, dat is ook allemaal ambacht. Bovendien was het ook een mooie aanleiding om alle musea en galeries in Utrecht actief te betrekken. Het gevolg is een goed gevuld en verrassend programma met 70 opengestelde monumenten, waarin mensen worden uitgedaagd naar de details te kijken en zich af te vragen: hoe werd dat nou precies gemaakt, die wandtapijten, sgraffito’s en dat ambachtelijk baksteenwerk? Hieronder een selectie van mijn favorieten. Wat moet je echt gaan zien in Utrecht dit jaar?

1. Voormalige synagoge

Een zeldzaam compleet Art Deco-interieur is de voormalige synagoge aan de Springweg. Ik ga hier niet teveel over zeggen: je moet de column van Arjan den Boer maar even lezen.

2. Paushuize

Paushuize is natuurlijk het leukste monument van Utrecht (zeg ik niet geheel onbevooroordeeld), en daarmee ook een van de drukst bezochte monumenten tijdens deze dag. Elk kwartier gaat er een rondleiding van start. Voor de mensen die even moeten wachten tot ze naar binnen mogen, is er de mogelijkheid om een miniworkshop sjablonen maken te volgen. Want die mooi beschilderde balzaal is niet helemaal met de hand beschilderd: er is ook gebruik gemaakt van sjablonen. De enthousiaste restauratoren Peter Dijkman en Claudia Junge vertellen je er alles over.

3. Hoofdpostkantoor

Natuurlijk bij iedereen bekend, dit knappe staaltje Amsterdamse School op de Neude. Maar wat het extra leuk maakt dit jaar: een rondleiding van een juniorgids, oftewel een goed voorbereide leerling van de Kathedrale Koorschool uit groep 6, 7 of 8.

4. Wandtapijten, goudleerbehang en sgrafitto

Het eerste wat je doet als je in een nieuw huis komt wonen, is de muren verven. Het is dus bijzonder dat er nog op verschillende plekken in Utrecht de oude wandbekleding bewaard is gebleven. In het Bartholomeus Gasthuis vind je prachtige wandtapijten, Delftse gobelins uit 1632. In de kapittelkamer van de Janskerk en in de Regentenzaal op de Springweg vind je nog mooie voorbeelden van goudleerbehang (al is die in de Regentenzaal een vroeg twintigste-eeuwse imitatie – een bijzonderheid op zich). Het trappenhuis van het Utrechts Archief laat een modernere vorm van wanddecoratie zien: een sgraffito van Jan Goeting uit de jaren ’50.

5. Rondleidingen door studenten kunstgeschiedenis

Tijdens drie themarondleidingen word je door kunstgeschiedenisstudenten rondgeleid langs stucwerk, glas-in-loodplafonds en grisailles (‘Kijk eens naar boven!’), behang, muurschilderingen en tapijten (‘Aan de muur’) of ‘Beelden en bakstenen aan de gevel’. De studenten hebben de inhoud zelf samengesteld en hebben zich verdiept in de gebruikte technieken, dus laat je verrassen door deze specialisten in de dop!

6. Restauratie-ateliers

De Utrechtse musea stellen dit jaar hun restauratie-ateliers open voor publiek. Het Catharijneconvent laat zien hoe de in 2013 gestolen monstrans hersteld is. In het Utrechts Archief wordt verteld over de restauratie van archiefstukken. Het restauratie-atelier van Museum Speelklok bevindt zich in Flora’s Hof en hier kun je eindelijk eens zien: hoe restaureer je nou een kermisorgel?

7. Galeries

Ook de galeries van Utrecht blinken uit in hun betrokkenheid. In de galerie van Frank Welkenhuysen is restauratie-advies te krijgen. Dapiran Art Project Space toont een film over de geschiedenis van het monument waarin de galerie gevestigd is. En kijk ook eens buiten de historische binnenstad: EXbunker, de expositieruimte in de Tweede Wereldoorlogbunker in het Wilhelminapark, vertoont ook een film over de geschiedenis van dit bouwwerk.

Open Paushuize met oude muziek

11914875_1048405348526820_1639531676610677127_n
Foto: Froukje van der Meulen

Aanstaande zondag, 11 uur is er weer een gratis rondleiding in Paushuize, dit keer met een muzikaal tintje dankzij het Festival Oude Muziek. Naast een rondleiding door het huis kun je ook een deel van een klavecimbeloptreden meepikken. Iedereen is welkom!

Open Paushuize

Morgen is het weer Open Paushuize en zal ik om 11 uur een gratis rondleiding geven. Terwijl ik dit typ, slaat de wind langs het huis en is code rood afgekondigd, maar op dit schilderij zien we de Domtoren in een zonnig, mediterraan heuvellandschap. Waar dit vandaan komt? Kom het morgen te weten!
IMG_20150329_103546 (2)
Foto: Froukje van der Meulen

Een pausbeeld gekozen

beeldoplocatie
Foto: www.oud-utrecht.nl

Utrecht krijgt een beeld van paus Adrianus VI. Het beeld, dat een plaats krijgt op Pausdam in Utrecht, is een geschenk van het 75-jarige Prins Bernhard Cultuurfonds aan de inwoners van de stad.

Onlangs werd ik gevraagd om plaats te nemen in de jury die namens het Prins Bernhard Cultuurfonds afdeling Utrecht een ontwerp uit moet kiezen voor het Pausbeeld. Er waren nog twee ontwerpen over: die van Nicolas Dings en Anno Dijkstra. Beide kunstenaars waren gevraagd om een aangepast ontwerp in te dienen.

Op 8 juni hebben Nicolas Dings en Anno Dijkstra hun nieuwe ontwerp gepresenteerd. Hoewel beide ontwerpen de volledige goedkeuring konden wegdragen, was de jury was unaniem: het ontwerp van Anno Dijkstra zal dit jaar nog worden uitgevoerd. Een verrassend, uitnodigend ontwerp is het, een klassiek bronzen standbeeld op een sokkel dat geplaatst is op vier houten wiggen. Het beeld is daardoor een stukje verheven van de grond. De uitdrukking op zijn gezicht, met ogen gesloten, is krachtig en kwetsbaar tegelijk.

Het beeld bevraagt het herdenken van grootheden uit de geschiedenis. Waar een standbeeld normaal gesproken een persoon voor de eeuwigheid wil vastleggen, wordt hier een tijdelijk moment bevroren. De wiggen doen lijken dat het beeld nog niet definitief geplaatst is, maar desgewenst nog een stukje verzet kan worden. Een stukje naar voren, nee toch iets naar achter, of toch maar weer helemaal weghalen… Het wikken en wegen, veranderen en verplaatsen, is typerend voor het pontificaat van Adrianus VI, die de rooms-katholieke kerk van binnenuit op grote wijze wilde hervormen, maar daarbij op weloverwogen en bedachtzame wijze te werk ging.

Ik ben ontzettend benieuwd naar de definitieve uitvoering van dit beeld. Als je straks aan komt fietsen over de Nieuwegracht of de Trans zul je denk ik verrast zijn door de lichtheid, verhevenheid van het beeld, dat een stukje boven de grond zweeft, terwijl het je ook aan het denken zet: wie wordt hier eigenlijk herdacht, en waarom?

Lees meer over het pausbeeld van Anno Dijkstra op de website van Vereniging Oud-Utrecht.

Door de lens van de landschapsbiografie

IMG_20150625_194934 (2)
Foto: Froukje van der Meulen

Tot mijn achttiende jaar fietste ik elke dag door de Zuidplaspolder naar school, niet wetende dat ik eigenlijk fietste op ‘dik water’: een zeer natte en beweeglijke veengrond, bijna zeven meter onder het Normaal Amsterdams Peil (NAP) gelegen. Om die reden wordt de Zuidplaspolder ook wel het afvoerputje van Nederland genoemd. Ik vond het nooit erg bijzonder: met de uitgestrekte weilanden en akkers, rechte sloten en vooral veel tegenwind is dit vooral een erg typisch Hollands landschap. Toch behoort dit stukje landschap tot de jongste van het land: de Zuid-Hollandse droogmakerij bestaat pas zo’n honderdzeventig jaar.

Hier kwam ik pas achter tijdens mijn master Erfgoedstudies, toen ik het vak ‘Biografie van het Landschap’ volgde. In dit vak staan de verschillende manieren centraal waarop landschappen en monumenten door de tijd heen transformeerden, waarbij vergeten en uitwissen, maar ook bewust herinneren en behouden een rol spelen. Als opdracht moesten we zelf een biografie van een landschap schrijven. Ik koos de Zuidplaspolder, in de veronderstelling dat elke plek een verhaal te vertellen heeft, dus ook dat stukje land waar ik steeds overheen had gefietst. Al onderzoekende kwam ik er achter dat dit gebied, door mensenhanden gemaakt en in stand gehouden, ingrijpende transformaties heeft doorgemaakt. Door intensief turfsteken ontstond een gevaarlijk grote waterplas, die vervolgens in de negentiende eeuw weer werd drooggelegd. Ook recente veranderingen hebben hun stempel op het landschap gedrukt. Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw verdwijnt het open landschap in een rap tempo onder woningbouw, bedrijventerreinen, glastuinbouw en een dicht netwerk van infrastructuur, een proces dat ik met eigen ogen heb zien voltrekken.

Vanmiddag was in Amsterdam de presentatie van het boek Door de lens van de landschapsbiografie, onder redactie van Jan Kolen, Hanneke Ronnes en Rita Hermans. Dit is een bloemlezing van de beste essays van de afgelopen zeven jaar uit de mastercursus ‘Biografie van het Landschap’, verzorgd door de Vrije Universiteit in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam. De bijdragen in dit boek beschrijven de lange en complexe geschiedenis van landschappen vanuit een persoonlijk, sociaal, cultureel en geografisch perspectief. Mijn essay over de Zuidplaspolder staat er ook in.

Lees het artikel Land voor water en bestel het boek op de website van Sidestone Press.

Binnen kijken bij Sic Semper

Torentjes, tegeltjes, smeedwerk, metselwerk: aan ambachtelijk handwerk geen gebrek. Schuin tegenover Paushuize, op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht, staat het wonderlijke pand Sic Semper. In voorbereiding voor Open Monumentendag Utrecht, dat dit jaar als thema ‘Kunst en Ambacht’ heeft, mocht ik er vast even binnen kijken.

Alle foto's in dit artikel: Froukje van der Meulen
Alle foto’s in dit artikel: Froukje van der Meulen

Oranjesociëteit

De herensociëteit Sic Semper werd in 1775 opgericht en lieten een eigen verenigingsgebouw bouwen op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht, in de tuin van de voormalige Paulusabdij. De sociëteit werd ook wel een Oranjesociëteit genoemd omdat de leden ervan voorstanders waren van het stadhouderlijke bewind. Op last van Koning Lodewijk Napoleon werd de naam Oranjesociëteit verboden en werd de sociëteit omgedoopt tot Sic Semper (‘Zo is het en zo zal het altijd zijn’). Onder de leden bevonden zich veel garnizoensleden, ambtenaren, adellijken en vermogenden. Zoals de sociëteit omschreven werd in het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad van 1844: ‘De sociëteit Sic Semper, ofschoon zonder eenigen politieken invloed, werd te allen tijde, zoals zij nu nog is, beschouwd als de voornaamste; zij heeft de meeste leden en men betaalt er de hoogste contributie’. Gezelligheid was het belangrijkste doel van de sociëteit: men dronk er drankjes, voerde gesprekken en speelde kaartspelen en biljard. Een kastelein, in dienst van de sociëteit, bediende de leden.

Uitbreiding

In 1838 werd een tweede huis aan de Nieuwegracht aangekocht en samengetrokken met het bestaande pand. De gevel werd vernieuwd en er verrees een witgepleisterd gebouw. Dit gebouw is ook afgebeeld op de huidige gevelsteen. De steeds groeiende sociëteit had meer ruimte nodig en in 1890 werd dan ook besloten een derde pand aan te kopen, de bestaande panden af te breken en een geheel nieuw gebouw op te trekken.

Voor het ontwerp werd een prijsvraag uitgeschreven, die werd gewonnen door P.J. Houtzagers (1857-1944). Hij liet zich inspireren door de middeleeuwen, maar het ontwerp vertoont ook kenmerken van de Art Nouveau. Het ambachtelijke middeleeuwse metselwerk langs de ramen en in de hoeken is rijk gedetailleerd. De torentjes doen middeleeuws aan, maar het smeedwerk is eerder Art Nouveau met weelderige bloemen. De hoge schoorsteen is naar Engels voorbeeld gemaakt. Het meest in het oog springend zijn misschien wel de tegeltableaus met bloemen en een pauw. De bloementegels zijn ontworpen door Houtzagers, maar uitgevoerd door zijn leerling Jozef Willem Nicolaas Merckelbagh (1859-1922). Het tableau met de pauw is mogelijk door Merckelbagh ontworpen, want het is ook door hem gesigneerd. De voorstellingen doen sterk denken aan het werk van William Morris met zijn Arts en Craftsbeweging. Zijn leerling J.P. Lamie heeft de gevelsteen van de Sociëteit Sic Semper gehakt en het beeldhouwwerk van de zandstenen schoorsteenmantels in de conversatiezaal en de leeszaal op de begane grond gemaakt.

Een plattegrond van het nieuwe gebouw toont op de begane grond een conversatiezaal, een biljardzaal, een grote en een kleine salon, een leeskamer, een keuken, een vestiaire en een dessertkamer. Op de eerste verdieping twee vergaderkamers, een kamer voor de commissarissen van de vereniging en de kasteleinswoning.

SAM_5474

Niet voor altijd

Het ledenaantal nam na de nieuwbouw echter niet toe, maar liep gestaag terug. Het aantal daalde tussen 1890 en 1910 van 290 naar 113. Wat de reden voor deze terugloop in ledenaantal was, is niet precies te achterhalen; misschien heeft het te maken met de veranderingen in de standenstructuur in Nederland. De industrialisatie zorgde voor het ontstaan van een nieuwe elite, en ook verhuisden veel welgestelden rondom de eeuwwisseling naar de Heuvelrug.

In 1914 werd het gebouw verkocht aan de gemeente, die het verhuurt aan het Rijk voor de huisvesting van de Centrale Raad van Beroep. In 1979 verhuisde de Raad naar de Maliebaan en de voormalige sociëteit werd tijdelijk verhuurd aan een sportschool en een dansinstituut.

In 1989 werd het gebouw verkocht aan bouwbedrijf Jurriens, dat het in 1990 verbouwde en geschikt maakte voor 12 appartementen. Architect Aart Oosting maakte het ontwerp voor deze omvangrijke interne verbouwing. In 2001 werd het gebouw op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

Sinds de verbouwing is Sic Semper onderverdeeld in twaalf appartementen. Hierdoor is van de oorspronkelijke interieurs niet veel meer te zien, op de betimmering en een aantal schouwen na. De hal is prachtig gerestaureerd waarbij de oorspronkelijke betimmering gekopieerd is, zodat het in de hele hal doorloopt. Het trappenhuis toont ook nog de oorspronkelijke betimmering, hier en daar wat stucwerk en ook het daklicht van glas-in-lood is indrukwekkend. Dat dit een van de meest chique plekken van Utrecht was, is misschien niet meer helemaal te zien, maar de gevel, de hal en het trappenhuis ademen de sfeer van de laat-negentiende eeuw nog voorzichtig na.

IMG_20150512_113021-2

Met dank aan de syllabus ‘Geschiedenis van de sociëteit Sic Semper’, samengesteld door G. Wiechers, 2005.

Paushuize in Blauw Bloed

blauwbloed2
Foto: screenshot www.uitzendinggemist.nl

Is Paushuize geschikt voor koninklijke feestjes? Afgelopen zaterdag figureerde de balzaal van Paushuize kort in het EO-programma Blauw Bloed, waarin op zoek gegaan werd naar gepaste locaties voor een koninklijk feest in Utrecht. Naast Paushuize waren ook de Parel van Zuilen en Karel V in beeld. Huismeester Lex Martens staat hier Hendrik de Groot te woord, adviseur bij officiële evenementen. De uitzending hier terug te zien.

Ontwerpen voor Pausbeeld

De drie kunstenaars die door het Prins Bernhard Cultuurfonds zijn geselecteerd om een ontwerp voor een beeld van paus Adrianus te maken, hebben hun voorstellen gepresenteerd. Nicolas Dings, Anno Dijkstra en Folkert de Jong hebben voor de Pausdam ieder een eigen invalshoek gekozen. De resultaten zijn te bekijken op de website van Oud-Utrecht.

intro
Foto: www.oud-utrecht.nl