Schatten uit het depot

Haardplaat met het familiewapen van Joan Huydecoper, anoniem, in of na 1647 – ca. 1660
Tegels, haardplaten, spiegels, vijzels. Dit soort objecten zie je niet zo vaak in een museum, maar het depot staat er vol mee. In de nieuwe tentoonstelling ‘Schatten uit het depot’ in het Rijksmuseum worden juist deze interessante objecten in de belangstelling gezet. Door er een heleboel tegelijk te laten zien, wordt de sfeer van de vroegere, veel vollere musea nagebootst en ontstaat er ook een beetje het ‘depot-gevoel’.

Afgelopen week kregen wij, de projectmedewerkers die de collectie voorbereiden op de verhuizing naar het nieuwe CollectieCentrum Nederland, een rondleiding door conservatoren Femke Diercks en Lucinda Timmermans. De tentoonstelling is nog te zien t/m 18 november 2019.

Kijk voor meer informatie op de website van het Rijksmuseum.

Op wacht voor Paushuize

Wachthuisjes uit het Nationaal Militair Museum

De derde generatie wachthuisjes, die nu in gerestaureerde vorm op de binnenplaats staat, op een foto van de Utrechtse stadsfotograaf F.F. van der Werf uit 1930 (Foto: Het Utrechts Archief)

Eind 2017 werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes aan de zijkanten en de neogotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende- en negentiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar van prenten en foto’s uit het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin er wel degelijk wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan. Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. Vanaf halverwege de negentiende eeuw tot circa 1875 hadden de wachthuisjes een hoog, puntig dak. Hierna zijn deze daken vervangen door een ronde, lagere variant. Pas op foto’s rond 1900 zijn de huisjes in hun huidige verschijningsvorm te zien. Deze huisjes hebben tot 1936 dienst gedaan.

Toen Paushuize als werkruimte en woonhuis voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koningin) in gebruik werd genomen, werden ook de twee wachthuisjes op de brug over de Kromme Nieuwegracht geplaatst. Mogelijk symboliseerden de (waarschijnlijk onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had, als bevelhebber van de krijgsmacht in zijn provincie.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door aannemer Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge. Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats van Paushuize gekregen.

Met dank aan: Marc van der Vorm, Province Utrecht

De eerste generatie wachthuisjes, met puntdak, op een staalgravure door L. Thümling naar een tekening van J.W. Cooke rond 1850 (Afbeelding: Het Utrechts Archief).

De tweede generatie wachthuisjes, met koepeldak, op een ansichtkaart rond 1895-1803 (Foto: Het Utrechts Archief).

De wachthuisjes, nog in ongerestaureerde staat, in het depot van het Nationaal Militair Museum (Foto: Mark Sodaar).

De onthulling van de wachthuisjes door de commissaris van de Koning Willibrord van Beek op 17 mei 2018. (Foto: Froukje van der Meulen).

Ongeziene objecten in het depot

Hoewel ik op deze website meestal over Paushuize schrijf, ben ik het grootste deel van de week werkzaam in het depot van het Rijksmuseum. Als projectcoördinator werk ik mee aan de voorbereidingen van de verhuizing van de hele collectie naar een nieuw gebouw: het Collectie Centrum Nederland in Amersfoort.

Alle objecten zullen tijdens dit project gefotografeerd worden, wat niet alleen de identificatie tijdens de verhuizing ten goede komt, maar ook als bijkomend voordeel heeft dat alle objecten gedigitaliseerd en daarmee online beschikbaar worden.

In zo’n depot, niet voor niets vaak een schatkamer genoemd, kom je van alles op het spoor. Omdat we het idee hadden dat veel van onze vakgenoten zich nog lang niet bewust zijn van alle kansen die een museumdepot bieden, hebben mijn collega Tamar Bos en ik een presentatie gegeven tijdens de Historicidagen in Utrecht (in het depot van het Centraal Museum!) over de ‘ongeziene objecten, ongeziene kansen’. We mochten onze bevindingen ook opschrijven in een artikel voor het Archievenblad, dat in november 2017 verschenen is.

Klik hier om het artikel te kunnen lezen.