Eén van de grootste kunstverhuizingen ooit (interview artikel Tijdschrift RCE)

In de depots van vier kunstinstellingen wordt momenteel hard gewerkt aan één van de grootste kunstverhuizingen ooit: naar het nieuw gebouwde Collectie Centrum Nederland (CC NL). Medewerkers van het Rijksmuseum, Paleis Het Loo, het Nederlands Openluchtmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn druk bezig deze reuzenoperatie voor elkaar te krijgen.

Als één van de projectcoördinatoren werd ik geïnterviewd voor het tijdschrift van de RCE. Lees het artikel hier:

Nieuwe video over Paushuize

De Provincie Utrecht, eigenaar van Paushuize, organiseert sinds de coronacrisis voor alle medewerkers de Provincietour. Via Teams krijgen de veelal thuiswerkende collega’s een inkijkje in elkaars werk. Vandaag was het de beurt aan Paushuize. Lex Martens, beheerder van Paushuize, en ikzelf, werkten mee aan een video die eerst via Teams werd vertoond en beantwoordden daarna ieders vragen.

Nu de video in première is gegaan, is die voor iedereen te zien. Bekijk ‘m hieronder!

Bulletin Kunsthistorici

Sinds een tijdje maak ik deel uit van de redactiecommissie van het Bulletin Kunsthistorici, het tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Kunsthistorici. Voor het nieuwste nummer interviewde ik twee kunsthistorici (Teun Bonenkamp en Valentijn Carbo) over de uitdagingen én kansen die de coronacrisis in de erfgoedsector biedt.

Bekijk het nummer hier.

Terug naar Pompeii: artikel voor Oud Utrecht

Foto: Arjan den Boer

In het augustusnummer van Tijdschrift Oud Utrecht is mijn artikel over de Pompeiiaanse schilderingen in de balzaal van Paushuize verschenen.

In 2008 werd een bijzondere ontdekking gedaan in Paushuize. Achter lagen verf, spiegels en voorzetwanden kwamen laat-19e-eeuwse wandschilderingen tevoorschijn, geïnspireerd op Pompeii. Zulke schilderingen komen in Nederland maar zelden voor. Zoals in Pompeii de huizen eeuwenlang bedekt waren onder vulkaanas, was het Utrechtse interieur decennialang aan het oog onttrokken. Dankzij minutieuze restauratie en reconstructie zijn ze weer zichtbaar geworden. Ze vertellen het verhaal van een uit het zicht verdwenen internationale interieursmaak die nu weer gewaardeerd wordt.

Bestel het nieuwe nummer hier.

Twitterrondleiding #8: Paushuize en de stad

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en Museum Catharijneconvent. Dit keer: Paushuize en de stad.

Terwijl Adriaan van Utrecht in Spanje verbleef om in opdracht van Karel V de troonopvolging van Karel te regelen, liet hij in 1517 een huis bouwen in zijn geboortestad. Een machtig man als hij kocht natuurlijk niet zomaar een lapje grond – hij koos een bijzondere plek in de stad.

Zijn huis werd gebouwd op het terrein van de immuniteit van Sint Pieter. Dat prachtige laatgotische huis kennen we allemaal onder de naam Paushuize, maar die naam kreeg het pas toen Adriaan in 1522 tot paus werd gekozen.

Foto: Catharijneconvent, Utrecht

Het huis was gebouwd in afwisselende lagen van baksteen en natuursteen, met een trapgevel afgezet met pinakels en een Salvatorbeeld, dat verwees naar het kapittel van Sint-Salvator, waar Adriaan proost was. Het huis is opvallend lang en smal, met traptorens aan de korte kanten.

Foto: Heirloom

Het huis stond oorspronkelijk op het terrein van het kapittel van Sint Pieter. Kanunniken (geestelijken) hadden stukken grond rondom de kapittelkerk in bezit, vaak afgesloten van de stad door muren, water of poorten – immuniteiten genoemd. Gewone burgers kwamen hier niet.

In de tijd van Adriaan bestond ongeveer eenderde van de stad uit immuniteiten – ze maakten dus een substantieel deel uit van de leefomgeving. Nog altijd zijn de immuniteitsgrenzen te zien in de blauwdruk van de stad, bijvoorbeeld op de open plekken van het Janskerkhof en het Domplein.

Hoe zag zo’n immuniteit eruit? Deze tekening uit 1604 van de immuniteit van St. Jan geeft een indruk: de kerk staat in het midden, de grote kanunnikenhuizen eromheen, gericht op de kerk. Ze verbouwden hun eigen voedsel, dus midden in de stad waren er boomgaarden en moestuinen. De immuniteit werd in dit geval begrensd door muren en water.

Het Utrechts Archief

Een groene oase in de stad, met grote huizen op ruime percelen; dat had Adriaan niet slecht bekeken. Zijn huis stond aan de rand van de immuniteit van Sint-Pieter, die o.a. omgrensd werd de Kromme Nieuwegracht, zoals te zien op deze kaart naar Braun circa 1570.

Het Utrechts Archief

Maar Adriaan was toch geen kanunnik van de Sint Pieter? Dat klopt, maar de regels waren in de loop der tijd soepeler geworden. Grond binnen de immuniteiten werd verkocht aan andere rijke geestelijken en later zelfs leken. Wel was Adriaan gebonden aan enkele regels, zo blijkt uit de overdrachtsakte van 1517: de nieuwe bewoner moest het kapittel welgevallig zijn en zich gedragen als een medebroeder. Ook mocht Adriaan geen herberg beginnen, geen ambachten uitoefenen en geen kraam- of kinderbedden hebben, en geen ‘tappinge van bier of wijn’.

Na de reformatie werden de immuniteiten afgeschaft. De groene enclave is bebouwd; Paushuize staat nu op een levendige plek in het hart van de stad. Een plek die, zoals blijkt, met zorg was gekozen en ons veel vertelt over Adriaans bevoorrechte positie.

Twitterrondleiding #7: wachthuisjes

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief. Dit keer: de wachthuisjes.

Foto: F.F. van der Werf, Het Utrechts Archief

Eind 2017 werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum Soesterberg. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Of er interesse was om ze terug te plaatsen?

Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes en de gotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Foto: Mark Sodaar, Provincie Utrecht

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar uit prenten en foto’s uit Het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin de wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan.

Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. Vanaf halverwege de negentiende eeuw tot circa 1875 hadden de wachthuisjes een hoog, puntig dak, zoals te zien is op dit detail van een stereofoto uit 1857.

Foto: Het Utrechts Archief.

Hierna zijn deze daken vervangen door een ronde, lagere variant. Deze zien we op de volgende foto door C. Marcussen uit 1875.

Foto: Het Utrechts Archief.

Pas op foto’s rond 1900 zijn de huisjes in hun huidige verschijningsvorm te zien (zie foto uit circa 1900. Deze huisjes hebben tot 1936 dienst gedaan; na die tijd zien we ze niet meer op foto’s terug.

Foto: Het Utrechts Archief.

Waarom wachthuisjes? Ze werden geplaatst toen Paushuize als ambtswoning voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koning(in)) in gebruik werd genomen. Mogelijk symboliseerden de (onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had.

De commissaris was namelijk bevelhebber van de krijgsmacht in de provincie. Op deze foto van F.F. van der Werf uit 1934 zien we commissaris s’Jacob en zijn vrouw, temidden van militaire autoriteiten, kijkend naar een militair defilé. Achter hen: de wachthuisjes.

Foto: Het Utrechts Archief.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door bouwbedrijf Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge.Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats gekregen. Ze hebben geen symbolische functie meer, maar horen bij de geschiedenis van Paushuize. De feestelijke onthulling gebeurde in 2018 door de toenmalige Commissaris Willibrord van Beek.

Foto: Froukje van der Meulen.

Twitterrondleiding #6: De bezetting

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief, het Nationaal Archief net Netwerk Oorlogsbronnen. Dit keer: de bezetting.

Op een dag als vandaag is het goed om stil te staan bij de donkere kant van de geschiedenis. Net als veel toonaangevende monumenten werd ook Paushuize gebruikt door de Duitse bezetter. Dat zou je, naast praktisch, ook een symbolische daad kunnen noemen: een uitdrukking van macht.

Paushuize was de ambtswoning van de Commissaris van de Koningin, L. Bosch van Rosenthal. Vanwege zijn anti-Duitse houding werd hij ontslagen. Nu kwam hier namens de NSB de Commissaris der Provincie wonen. Tot 1941 was dat F. Muller (r), daarna W. Engelbrecht (l).

Foto: Nationaal Archief

Utrecht was belangrijk voor de bezetter. De Maliebaan vormde het bestuurlijke centrum van de NSB, en ook huisden hier Utrechtse afdelingen van de nationaal-socialisten zoals de Sicherheitspolizei en de Wehrmacht. (Op de foto: verjaardagsviering Mussert op de Maliebaan, 1941.)

Foto: Netwerk Oorlogsbronnen

De boeken van Ad van Liempt en Wout Buitelaar tonen aan dat hier, in het hol van de leeuw, het verzet actief was. Zo leidde Kardinaal de Jong het kerkelijk verzet vanuit het Aartsbisschoppelijk Paleis, en woonde verzetsstrijder Marie Anne Tellegen pal naast de Sicherheitspolizei.

In Paushuize stelde de NSB-commissaris het monumentale decor van zijn woning ter beschikking aan de bezetter en NSB-kopstukken. Zo bewijst deze foto van de receptie voor van Musserts verjaardag in 1941: de Jeugdstorm vormde voor hem een erewacht bij de poort.

Foto: Het Utrechts Archief

In hetzelfde jaar werden Mussert en de Duitse NSDAP-bestuurder A. Hühnlein in de balzaal van Paushuize ontvangen. Er werd een lange tafel gedekt voor een feestmaal en wie goed kijkt, ziet het portret van Hitler aan de muur hangen.

Foto: Het Utrechts Archief

In 1942 bracht SS-leider H. Himmler een bezoek aan Nederland. Hij werd door Mussert ontvangen op het NSB-hoofdkwartier. Ze gingen met de auto naar Paushuize, waar ze de lunch gebruikten. Op filmbeelden zien we Himmler een sigaar roken op de binnenplaats.

Filmstill: Beeld en Geluid

De aanleiding voor dit bezoek was macaber. Historici achten het waarschijnlijk dat Himmler kwam controleren of Nederland klaar was voor de systematische Jodenvervolging. De beelden van ontspannen nazi-kopstukken in Paushuize roepen zo mogelijk een nog ongemakkelijker gevoel op.

Na de bevrijding keerde Bosch van Rosenthal terug in Paushuize als Commissaris van de Koningin, na een periode in het verzet. Een hoopvol beeld is deze foto van schoolkinderen die ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina in 1948 een aubade brengen aan de Commissaris van de Koningin.

Foto: Het Utrechts Archief

Twitterrondleiding #5: Oranjeportretten

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Centraal Museum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit keer: Oranjeportretten.

Het is Koningsdag! Tijd om stil te staan bij de Oranjeportretten in Paushuize. Als officiële ontvangstlocatie van de Utrechtse Commissaris van de Koning (Hans Oosters), en daarmee een overheidsgebouw, zijn hier verschillende staatsieportretten te vinden.

Dat is overigens geen verplichting, maar een goed gebruik. Staatsieportretten werden vaak nageschilderd, of als prent of foto verspreid over de verschillende overheidsgebouwen. In Paushuize hangen ze bijeen in de Koninginnekamer, kijk hier maar eens rond.

In de Koninginnekamer is ook ruimte voor koningen: zowel Willem I als Willem II hangen hier aan de muur. Deze portretten zijn kopieën naar de officiële staatsieportretten door respectievelijk Charles Hodges (1816) en Nicolaas Pieneman (1849). (bruikleen RCE)

Bruikleen RCE, Amersfoort
Bruikleen RCE, Amersfoort

Dit portret toont een jonge Wilhelmina in 1890. Een foto, genomen door de Haagse hoffotograaf Heinrich Wilhelm Wollrabe, is in kleur gedrukt en op linnen aangebracht, en vervolgens met olieverf beschilderd. Zo lijkt het net een origineel schilderij.

Er is zelfs parelmoer gebruikt om de glimeffecten van Wilhelmina’s kroon te benadrukken. Dit soort reproducties werden vervaardigd door het atelier van Henri Bogaerts, die zijn drukprocédé gepatenteerd had als Peinture Bogaerts en op die manier duizenden kopieën vervaardigde.

Bruikleen RCE, Amersfoort
Detail

Wilhelmina werd ook meerdere malen geportretteerd door Thérèse Schwartze. Zij was een veelgevraagd portrettiste van de Nederlandse elite en wist daarmee internationale bekendheid te verwerven. Dit portret is een reproductie van een pasteltekening uit 1915.

Het meest moderne schilderij in Paushuize is een metershoog doek met beeltenissen van Beatrix, Juliana, Wilhelmina en Emma. Vier generaties Nederlandse koninginnen, geschilderd in opdracht van de Provincie Utrecht door Bert van Zelm in 2005.

We verlaten de Koninginnekamer, en treffen Willem III aan op een schilderij van Pieneman op de bel-etage. De koning is afgebeeld op de binnenplaats van Paushuize, waar hij in 1853 een verzoekschrift kreeg aangeboden van de burgerij.

Sinds de reformatie was het uitoefenen van katholicisme verboden. Met de Grondwet (1848) mocht dat weer, en werd een aartsbisschop benoemd. Dit maakte een storm van protest los; zodoende het (vergeefse) verzoek aan de koning om het herstel van de katholieke hiërarchie te stoppen.

Bruikleen Centraal Museum, Utrecht

Overigens: de enige koning die langere tijd in Paushuize verbleef, is Lodewijk Napoleon. Hij logeerde hier in afwachting van de voltooiing van zijn paleis op de Drift (nu bieb @UniUtrecht). Uiteindelijk vertrok hij naar het stadhuis op de Dam – Utrecht werd toch geen hoofdstad…

Tenslotte komen we de jonge Wilhelmina weer tegen in de Balzaal. Tien jaar was ze, toen haar vader overleed en zij officieel koningin werd. Dit portret is een kopie van een foto, die overigens ook op munten werd gebruikt en de geschiedenis inging als ‘Wilhelmina met hangend haar’.

Haar beeltenis kwam bij toeval tevoorschijn tijdens de restauratie van de Balzaal door Peter Dijkman en Claudia Junge. Ze werd waarschijnlijk op de muur geschilderd toen zij haar vader opvolgde, en is mogelijk weer overgeschilderd toen ze ouder werd.

Tegenover haar zien we Willem-Alexander: het portret dat we kennen van de euromunt. Ter gelegenheid van zijn kroning in 2013 deed hij alle provincies aan, en bezocht hij ook Paushuize. Zo wordt de lijn doorgetrokken naar het heden. Fijne Koningsdag thuis, en tot volgende week!

Twitterrondleiding #4: de bel-etage

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief, het Centraal Museum en het Catharijneconvent. Dit keer: de bel-etage.

De bel-etage (‘mooie etage’) is letterlijk heel mooi. Dat komt door de kunst en meubels van het Centraal Museum, de RCE en het Catharijneconvent. Maar dat is niet alles; ook voor de stoffering en vaste interieuronderdelen zijn prachtige materialen gebruikt. Een rondgang langs de mooiste details!

Foto: Heirloom

Tijdens de restauratie van Paushuize in 2009-2011 zijn de vier salons opnieuw ingericht. Voor inspiratie is gekeken naar vaste interieuronderdelen zoals de lambrisering, stucplafonds en haarden, en is naar een passende aankleding gezocht. Elke salon kreeg een andere uitstraling.

De Adrianussalon is genoemd naar de schilderijenserie over het leven van Adrianus, ca 1760 geschilderd door Dionys van Nijmegen (bruikleen Museum Catharijneconvent). Hij werd opgeleid door Jacob de Wit (bekend van de grisailles of ‘witjes’) en maakte behangsels, plafond- en schoorsteenstukken.

Foto: Leven Magazine

Vanwege de 18e-eeuwse haard is gekozen voor een donkerblauw veloursbehang met een goudkleurig dessin uit die periode. Alleen huizen van de allerrijksten werden gedecoreerd met kostbaar behang van goudleer of stof. Het goedkopere papierbehang dat we nu kennen was nog niet gangbaar.

Foto: Froukje van der Meulen

Bij veloutébehang zijn motieven van wolpluis of andere vezels op de doeken aangebracht. Hiervoor werd de voorstelling eerst in lijm op de onderlaag gedrukt. Daarna werd het materiaal met behulp van een zeef ‘bestoven’. Het resultaat is behang met een fluweelzacht uiterlijk.

Wist je trouwens dat er een prachtige collectie van historische behangsels van de Stichting Historische Behangsels is ondergebracht in Oud Amelisweerd? Als het straks weer kan, zeker een bezoek waard!

De Hortensesalon is genoemd naar Hortense de Beauharnais, koningin van Holland (1806-1810) en echtgenote van Lodewijk Napoleon. Toen Paushuize nog een chique logement was, bracht ze hier een nacht door. Het logement kreeg daarna de eretitel ‘Hotel van de Koningin van Holland’.

Foto: Wikimedia Commons

Deze salon is ingericht in empirestijl. Het hof van Napoleon liet zich graag omringen door deze neoclassicistische motieven. De wandbekleding van mintgroene zijde is gekopieerd van een patroon uit Paleis Noordeinde. Aan de wanden hangen schilderijen van het Centraal Museum.

De inrichting van de Van Tuylsalon is gebaseerd op de gebeeldhouwde 16e-eeuwse Italiaanse schouw, met twee kariatiden die het fries op hun hoofd dragen. (De schouw is hier overigens pas in 1959 geplaatst!) Aan de wanden hangt een ingetogen, rood wollen laken.

Foto: Heirloom

De lambrisering en de deur zijn beschilderd met een houtimitatie, een specialistisch ambacht. De houtnerf die hier wordt nagebootst wordt is coromandel, een exotische houtsoort die vroeger zeer kostbaar was.

Foto: Atelier Terhorst

De laatste salon, de Soetesalon, heeft behangsels van goudgeel damast naar 19e-eeuws dessin. Ze passen mooi bij het kleurrijke tapijt dat mogelijk het ontwerp van de ontwerper Theo Colenbrander is.

Foto: Froukje van der Meulen
Foto: Wikimedia Commons

De schilderijen van Pieter Jan van Liender (bruikleen Centraal Museum) zijn onderdeel geweest van de regentenkamer van het Diaconie weeshuis aan de Breedstraat (afgebroken 1954, hier op een foto het Utrechts Archief uit 1906).

Foto: Het Utrechts Archief

Tijdens de restauratie zijn ook deze bewerkte, gietijzeren radiatoren ontdekt. Van sommigen is de omkasting weggehaald, zodat de warmte weer ongestoord kan uitstralen, en de details bovendien weer zichtbaar zijn. Zoals altijd, zit schoonheid in de details. Tot volgende week!

PS. Kijk vooral nog even rond in de salons via deze 360-graden foto’s!

Foto: Froukje van der Meulen

Twitterrondleiding #3: de zolder

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en de RCE. Vandaag: de zolder.

Foto: Heirloom

De eikenhouten dakconstructie, die nog dateert uit de bouwtijd (ca. 1517), is heel goed te zien. De constructie bestaat uit spanten, die van de nok tot de voet van het dak lopen, en horizontale balken.

Westgevel en zolder Paushuize, Ad Mulder, 1881 (RCE, Amersfoort)

Een leuk detail is de ‘nummering’ van de spanten en balken. De 16e-eeuwse bouwlieden hebben met een beitel acht putjes gehakt in de balk, die aansluit op de spant met acht putjes. Aan het andere uiteinde zijn het halve maantjes. Deze telmerken zijn over de hele zolder te zien.

Foto: Froukje van der Meulen

De zolder werd in de 20e eeuw gebruikt als kantoor voor ambtenaren van de provincie Utrecht. In 1995 verhuisden zij naar het provinciehuis aan de Pythagoraslaan, en werd Paushuize een plek voor officiële ontvangsten.

Ambtenaren op de binnenplaats van Paushuize, 1934 (foto: Het Utrechts Archief)

Tijdens de restauratie (2009-2011) werden de binnenwanden en het tussenplafond verwijderd. Daarmee kwam dakconstructie tot in de nok weer in het zicht. De witgeverfde delen zijn voorzichtig schoongemaakt, maar hebben wel een lichte waas achtergelaten.

Behalve het zichtbaar maken van de kap, is er ook veel aandacht besteed aan isolatie. De kap is van buitenaf geïsoleerd en de wanden van binnenuit. Bijzonder is dat zowel de cultuurhistorische waarden als de duurzaamheid aanzienlijk verbeterd zijn (zie voor meer informatie hierover de website van Dumo Prestatie).

Foto: Buro Vitruvius

Vanaf de zolder heb je het mooiste zicht op de Dom: vanuit dit oogpunt lijken kerk en toren nog steeds één geheel. Ook kijk je op de gekanteelde toren van de Faculty Club van de Universiteit Utrecht (een 15e-eeuws claustraal huis), en, verder weg, de Inktpot en de Verrekijker (de Rabotoren).

Foto: Froukje van der Meulen

De andere kant op kijk je langs de Kromme Nieuwegracht precies op de voormalige Remonstrantse kerk uit 1863, met de opvallende Byzantijnse toren (architect F.J. Nieuwenhuis). Op deze plek stond het 15e-eeuwse Hieronymusconvent.

Voormalige Remonstrantse kerk, nu Ottone, in 1914 (Foto: Het Utrechts Archief)

Tegenwoordig wordt de zolder vooral gebruikt als vergaderplek. Wil je de zolder zelf bekijken, zonder alle trappen te hoeven beklimmen? Bekijk dan de panoramafoto’s hier. Tot volgende week!

Foto: Heirloom