Paus Adrianus VI in de schijnwerpers

De onthulling van het Pausbeeld vandaag. Foto: Froukje van der Meulen
De onthulling van het Pausbeeld vandaag. Foto: Froukje van der Meulen

De laatste tijd staat de Utrechtse Paus Adrianus VI (1459-1523) steeds vaker in de schijnwerpers. Was hij in de afgelopen eeuwen een vergeten historische figuur, sinds een tijdje merk ik daarin verandering. Zo verschijnt er begin volgend jaar een nieuwe biografie, geschreven door Twan Geurts. Ook werd Adrianus VI, verrassend genoeg, door de huidige paus Franciscus in een rede genoemd. Franciscus vertelde dat na het conclaaf een van de kardinalen de naam Adrianus had gesuggereerd, vanwege de goede hervormingsreputatie van de paus uit Utrecht. Een grappige voetnoot in de geschiedenis, meer is het niet, maar het kenmerkt wel de hernieuwde interesse voor deze eveneens hervormingsgezinde Paus.

Herdenken is een wonderlijk proces, dat continu aan verandering onderhevig is. Zo ging het ook met Adrianus: hij werd wereldberoemd als paus (dat wil zeggen: berucht in Rome en geliefd in Utrecht), maar werd al snel na de reformatie verdween hij in de vergetelheid, al werd hij wel af en toe weer even opgedoken en afgestoft. Er verscheen een aantal boeken, er werden portretten gemaakt, er was een tentoonstelling in het Centraal Museum in 1959, maar een standbeeld – toch de meest zichtbare en tastbare vorm van herdenken – ontbrak tot nu toe. Nu is Paushuize al een monument voor Adrianus, vind ik, maar een standbeeld van zijn persoon was er nog niet. Al jarenlang werd er gelobbyd voor een standbeeld in zijn geboortestad Utrecht en uiteindelijk schreef het Prins Bernhard Cultuurfonds samen met Vereniging Oud-Utrecht begin dit jaar een ontwerpwedstrijd uit. Anno Dijkstra rolde als winnaar uit de bus, zijn schets werd een beeld van klei, en het beeld van klei werd een beeld van brons. Vandaag werd het standbeeld van Adrianus VI onthuld, in het bijzijn van de Commissaris van de Koning, de burgemeester en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Adrianus staat nu, zijn ogen gesloten, voor Paushuize, het huis dat hij zelf heeft laten bouwen, maar nooit met eigen ogen gezien heeft. Zijn sokkel staat op houten wiggen. Anno Dijkstra wil hiermee duidelijk maken dat herinneren een doorgaand proces is: steeds blijft men bijstellen, een beetje meer zus, een stukje meer zo. De herinnering verandert door nieuwe gebeurtenissen, wordt gekleurd door de tijdsgeest, nooit is het af. Een beeld is weliswaar in brons gegoten en daardoor bestand tegen de tijd, maar de herinnering is dat doorgaans niet.

Tegelijkertijd met de onthulling van het Pausbeeld werd vandaag een portret van Adrianus VI gepresenteerd, dat in de zomer bij Veilinghuis Peerdeman opdook en met hulp van kunsthandelaar Frank Welkenhuysen werd aangekocht door de Provincie Utrecht om in Paushuize te kunnen tonen. Een wonderlijk, waarschijnlijk laat achttiende-eeuws portret is het. We zien Adrianus met een peinzende blik in zijn grote donkere ogen, onder zijn neus een donkere snor. Het lijkt niet op het portret dat Jan van Scorel van hem maakte in Rome, en dat alleen nog via kopieën bekend is. Toch is het een prachtig, levendig portret, dat de herinnering aan Adrianus VI ook ín Paushuize tastbaar maakt.

De Commissaris van de Koning en restaurator Marieke Walison tijdens de presentatie van het portret van paus Adrianus VI. Foto: Froukje van der Meulen
De Commissaris van de Koning en restaurator Marieke Walison tijdens de presentatie van het portret van paus Adrianus VI. Foto: Froukje van der Meulen

Government <3 Art

02-12-2014 | Een geryclede blog, geschreven in 2011, toen ik een jaar in Londen woonde.

18257

Ik lees op internet over de bezuinigingsplannen van Halbe Zijlstra, de Mars der Beschaving die afgelopen weekend in Nederland is gehouden en de fenomenale speech die Ramsey Nasr daar gehouden heeft. En ik maak me net als zoveel anderen zorgen over de gevolgen van dit cultuurbeleid, maar ook over het gezondheidsbeleid, het buitenland(er)beleid en de boodschap die de regering probeert over te brengen in het algemeen. Zijn dit ad hoc beslissingen om Henk & Ingrid zoet te houden? Of, zoals Ramsey Nasr het uitdrukt: “Geen van onze politieke leiders vertoont oprechtheid. Geen van hen vertoont de moed boven zichzelf uit te stijgen en keuzes te maken in het belang van een land.”

Dat er een politiek besluit is genomen dat er bezuinigd moet worden, oké; dat het efficiënter kan, terecht. Maar de neerbuigende toon waarop over deze sectoren gesproken wordt, stuit me tegen de borst. Wat betreft mijn eigen vakgebied zou ik tegen het kabinet willen zeggen: breng beslist eens een bezoek aan Whitechapel Gallery. Al sinds 1901 wordt hier de bevolking van de (toen al) aandachtswijk Oost-Londen voorzien van  prachtige tentoonstellingen over hedendaagse kunst en fotografie. Gratis en voor niks, want kunst dient in Engeland voor iedere belastingbetaler toegankelijk te zijn. Omdat de galerie zo vlak bij St George’s gelegen is, ga ik er vaak even kijken in de lunchpauze en ik kom er altijd weer verfrist en verrijkt naar buiten, al was ik er maar tien minuten. ‘Even de ogen wassen’, noemt Henk Schiffmacher dat.

Op dit moment is er een tentoonstelling te zien van kunstwerken uit de collectie van de Britse overheid. Al sinds 1898 worden er schilderijen, beeldhouwwerken en foto’s, oud en nieuw, aangekocht om Britse kunst en kunstenaars te promoten. Nieuwe ministers en ambassadeurs mogen bij aanvaarding van hun post iets voor aan de kantoorwand uitzoeken, en het ligt voor de hand dat ze met hun keuze ook een boodschap willen overdragen. Het leuke is dat de selectie van de hier tentoongestelde werken gemaakt is  door zeven politiek geëngageerde Britten, onder wie Samantha Cameron, de vrouw van de premier, Peter Mandelson, oud-minister, en Nick Clegg, vice-premier.

Zowel Clegg als Mandelson kozen voor een foto van David Dawson uit 2001. We kijken vanuit het perspectief van de Britse schilder Lucian Freud, die bezig is een portret te maken van de Queen. We zien haar tweemaal: in het echt, keurig rechtop, met kroon, mantelpak en handtasje binnen handbereik, en nogmaals op een piepklein schilderijtje op een ezel. Een intiem inkijkje – je voelt je een beetje gluurderig haast, alsof je de twee op een kwetsbaar moment betrapt.

Waarom deze foto? Wilden Clegg en Mandelson hun liefde voor het koningshuis hiermee kenbaar maken? Of juist de koningin in menselijke proporties laten zien? Zulke vragen spoken onherroepelijk door je hoofd als je door de tentoonstelling loopt. Sommige keuzes liggen voor de hand (het gezicht op Caïro, uitgekozen door de voormalige ambassadeur van Caïro); anderen doen je afvragen wat ze over de persoon en hun diplomatieke functie zeggen. Ook in het Verenigd Koninkrijk wordt maar liefst 350 miljoen pond bezuinigd op cultuur.  En deze tentoonstelling is ongetwijfeld een poging om een fractie van de meer dan 10.000 werken in de rijkscollectie voor de Britse burger open te stellen, en het bestaan van de collectie daarmee te verantwoorden in tijden van bezuiniging. Maar een ding wordt duidelijk: kunst heeft zeggingskracht, of die nu diplomatiek is of maatschappijkritisch, en Britse politici zijn niet bang die zeggingskracht te gebruiken. Hiermee laten ze zien dat kunst geen obscure vrijetijdsbesteding is van een paar halfzachte elitairen, maar een subtiele en intrigerende rol kan spelen in de politiek en diplomatiek. Zoals de voormalige ambassadeur van Cairo en huidig hoofd van de Intelligence Service (de Britse AIVD), Sir John Sawers, het omschrijft:

“I loved the richness of colour of Claude Heath’s Ben Nevis on Blue. I recall a negotiation on Iran I chaired sitting under this picture. When the going got tough between Americans, Europeans, Russians and Chinese, we took a break for tea and reflected on the art work. Agreement was reached an hour later.”