Terug naar Pompeii: artikel voor Oud Utrecht

Foto: Arjan den Boer

In het augustusnummer van Tijdschrift Oud Utrecht is mijn artikel over de Pompeiiaanse schilderingen in de balzaal van Paushuize verschenen.

In 2008 werd een bijzondere ontdekking gedaan in Paushuize. Achter lagen verf, spiegels en voorzetwanden kwamen laat-19e-eeuwse wandschilderingen tevoorschijn, geïnspireerd op Pompeii. Zulke schilderingen komen in Nederland maar zelden voor. Zoals in Pompeii de huizen eeuwenlang bedekt waren onder vulkaanas, was het Utrechtse interieur decennialang aan het oog onttrokken. Dankzij minutieuze restauratie en reconstructie zijn ze weer zichtbaar geworden. Ze vertellen het verhaal van een uit het zicht verdwenen internationale interieursmaak die nu weer gewaardeerd wordt.

Bestel het nieuwe nummer hier.

Twitterrondleiding #7: wachthuisjes

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief. Dit keer: de wachthuisjes.

Foto: F.F. van der Werf, Het Utrechts Archief

Eind 2017 werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum Soesterberg. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Of er interesse was om ze terug te plaatsen?

Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes en de gotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Foto: Mark Sodaar, Provincie Utrecht

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar uit prenten en foto’s uit Het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin de wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan.

Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. Vanaf halverwege de negentiende eeuw tot circa 1875 hadden de wachthuisjes een hoog, puntig dak, zoals te zien is op dit detail van een stereofoto uit 1857.

Foto: Het Utrechts Archief.

Hierna zijn deze daken vervangen door een ronde, lagere variant. Deze zien we op de volgende foto door C. Marcussen uit 1875.

Foto: Het Utrechts Archief.

Pas op foto’s rond 1900 zijn de huisjes in hun huidige verschijningsvorm te zien (zie foto uit circa 1900. Deze huisjes hebben tot 1936 dienst gedaan; na die tijd zien we ze niet meer op foto’s terug.

Foto: Het Utrechts Archief.

Waarom wachthuisjes? Ze werden geplaatst toen Paushuize als ambtswoning voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koning(in)) in gebruik werd genomen. Mogelijk symboliseerden de (onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had.

De commissaris was namelijk bevelhebber van de krijgsmacht in de provincie. Op deze foto van F.F. van der Werf uit 1934 zien we commissaris s’Jacob en zijn vrouw, temidden van militaire autoriteiten, kijkend naar een militair defilé. Achter hen: de wachthuisjes.

Foto: Het Utrechts Archief.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door bouwbedrijf Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge.Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats gekregen. Ze hebben geen symbolische functie meer, maar horen bij de geschiedenis van Paushuize. De feestelijke onthulling gebeurde in 2018 door de toenmalige Commissaris Willibrord van Beek.

Foto: Froukje van der Meulen.

Twitterrondleiding #4: de bel-etage

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief, het Centraal Museum en het Catharijneconvent. Dit keer: de bel-etage.

De bel-etage (‘mooie etage’) is letterlijk heel mooi. Dat komt door de kunst en meubels van het Centraal Museum, de RCE en het Catharijneconvent. Maar dat is niet alles; ook voor de stoffering en vaste interieuronderdelen zijn prachtige materialen gebruikt. Een rondgang langs de mooiste details!

Foto: Heirloom

Tijdens de restauratie van Paushuize in 2009-2011 zijn de vier salons opnieuw ingericht. Voor inspiratie is gekeken naar vaste interieuronderdelen zoals de lambrisering, stucplafonds en haarden, en is naar een passende aankleding gezocht. Elke salon kreeg een andere uitstraling.

De Adrianussalon is genoemd naar de schilderijenserie over het leven van Adrianus, ca 1760 geschilderd door Dionys van Nijmegen (bruikleen Museum Catharijneconvent). Hij werd opgeleid door Jacob de Wit (bekend van de grisailles of ‘witjes’) en maakte behangsels, plafond- en schoorsteenstukken.

Foto: Leven Magazine

Vanwege de 18e-eeuwse haard is gekozen voor een donkerblauw veloursbehang met een goudkleurig dessin uit die periode. Alleen huizen van de allerrijksten werden gedecoreerd met kostbaar behang van goudleer of stof. Het goedkopere papierbehang dat we nu kennen was nog niet gangbaar.

Foto: Froukje van der Meulen

Bij veloutébehang zijn motieven van wolpluis of andere vezels op de doeken aangebracht. Hiervoor werd de voorstelling eerst in lijm op de onderlaag gedrukt. Daarna werd het materiaal met behulp van een zeef ‘bestoven’. Het resultaat is behang met een fluweelzacht uiterlijk.

Wist je trouwens dat er een prachtige collectie van historische behangsels van de Stichting Historische Behangsels is ondergebracht in Oud Amelisweerd? Als het straks weer kan, zeker een bezoek waard!

De Hortensesalon is genoemd naar Hortense de Beauharnais, koningin van Holland (1806-1810) en echtgenote van Lodewijk Napoleon. Toen Paushuize nog een chique logement was, bracht ze hier een nacht door. Het logement kreeg daarna de eretitel ‘Hotel van de Koningin van Holland’.

Foto: Wikimedia Commons

Deze salon is ingericht in empirestijl. Het hof van Napoleon liet zich graag omringen door deze neoclassicistische motieven. De wandbekleding van mintgroene zijde is gekopieerd van een patroon uit Paleis Noordeinde. Aan de wanden hangen schilderijen van het Centraal Museum.

De inrichting van de Van Tuylsalon is gebaseerd op de gebeeldhouwde 16e-eeuwse Italiaanse schouw, met twee kariatiden die het fries op hun hoofd dragen. (De schouw is hier overigens pas in 1959 geplaatst!) Aan de wanden hangt een ingetogen, rood wollen laken.

Foto: Heirloom

De lambrisering en de deur zijn beschilderd met een houtimitatie, een specialistisch ambacht. De houtnerf die hier wordt nagebootst wordt is coromandel, een exotische houtsoort die vroeger zeer kostbaar was.

Foto: Atelier Terhorst

De laatste salon, de Soetesalon, heeft behangsels van goudgeel damast naar 19e-eeuws dessin. Ze passen mooi bij het kleurrijke tapijt dat mogelijk het ontwerp van de ontwerper Theo Colenbrander is.

Foto: Froukje van der Meulen
Foto: Wikimedia Commons

De schilderijen van Pieter Jan van Liender (bruikleen Centraal Museum) zijn onderdeel geweest van de regentenkamer van het Diaconie weeshuis aan de Breedstraat (afgebroken 1954, hier op een foto het Utrechts Archief uit 1906).

Foto: Het Utrechts Archief

Tijdens de restauratie zijn ook deze bewerkte, gietijzeren radiatoren ontdekt. Van sommigen is de omkasting weggehaald, zodat de warmte weer ongestoord kan uitstralen, en de details bovendien weer zichtbaar zijn. Zoals altijd, zit schoonheid in de details. Tot volgende week!

PS. Kijk vooral nog even rond in de salons via deze 360-graden foto’s!

Foto: Froukje van der Meulen

Twitterrondleiding #3: de zolder

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Utrechts Archief en de RCE. Vandaag: de zolder.

Foto: Heirloom

De eikenhouten dakconstructie, die nog dateert uit de bouwtijd (ca. 1517), is heel goed te zien. De constructie bestaat uit spanten, die van de nok tot de voet van het dak lopen, en horizontale balken.

Westgevel en zolder Paushuize, Ad Mulder, 1881 (RCE, Amersfoort)

Een leuk detail is de ‘nummering’ van de spanten en balken. De 16e-eeuwse bouwlieden hebben met een beitel acht putjes gehakt in de balk, die aansluit op de spant met acht putjes. Aan het andere uiteinde zijn het halve maantjes. Deze telmerken zijn over de hele zolder te zien.

Foto: Froukje van der Meulen

De zolder werd in de 20e eeuw gebruikt als kantoor voor ambtenaren van de provincie Utrecht. In 1995 verhuisden zij naar het provinciehuis aan de Pythagoraslaan, en werd Paushuize een plek voor officiële ontvangsten.

Ambtenaren op de binnenplaats van Paushuize, 1934 (foto: Het Utrechts Archief)

Tijdens de restauratie (2009-2011) werden de binnenwanden en het tussenplafond verwijderd. Daarmee kwam dakconstructie tot in de nok weer in het zicht. De witgeverfde delen zijn voorzichtig schoongemaakt, maar hebben wel een lichte waas achtergelaten.

Behalve het zichtbaar maken van de kap, is er ook veel aandacht besteed aan isolatie. De kap is van buitenaf geïsoleerd en de wanden van binnenuit. Bijzonder is dat zowel de cultuurhistorische waarden als de duurzaamheid aanzienlijk verbeterd zijn (zie voor meer informatie hierover de website van Dumo Prestatie).

Foto: Buro Vitruvius

Vanaf de zolder heb je het mooiste zicht op de Dom: vanuit dit oogpunt lijken kerk en toren nog steeds één geheel. Ook kijk je op de gekanteelde toren van de Faculty Club van de Universiteit Utrecht (een 15e-eeuws claustraal huis), en, verder weg, de Inktpot en de Verrekijker (de Rabotoren).

Foto: Froukje van der Meulen

De andere kant op kijk je langs de Kromme Nieuwegracht precies op de voormalige Remonstrantse kerk uit 1863, met de opvallende Byzantijnse toren (architect F.J. Nieuwenhuis). Op deze plek stond het 15e-eeuwse Hieronymusconvent.

Voormalige Remonstrantse kerk, nu Ottone, in 1914 (Foto: Het Utrechts Archief)

Tegenwoordig wordt de zolder vooral gebruikt als vergaderplek. Wil je de zolder zelf bekijken, zonder alle trappen te hoeven beklimmen? Bekijk dan de panoramafoto’s hier. Tot volgende week!

Foto: Heirloom

Twitterrondleiding #2: archeologie & bouwhistorie in de kelder

Omdat Paushuize van de Provincie Utrecht is gesloten in verband met de coronacrisis, deel ik als conservator wekelijks de leukste inkijkjes. Een virtuele rondleiding (ook te volgen via Twitter), met beeldmateriaal van o.a. het Centraal Museum, de Gemeente Utrecht en de RCE. Vandaag: archeologie en bouwhistorie in de kelder.

Foto: Froukje van der Meulen

Tijdens archeologisch onderzoek in de bodem van Paushuize in 2010-2011 zijn er zo’n 3200 vondsten opgegraven. Het gaat voornamelijk om aardewerken fragmenten, botonderdelen en bouwmateriaal (nu in het archeologisch depot van de Gemeente Utrecht). Een selectie is te zien in de kelder.

Maquette van het Romeinse castellum op het Domplein. (Foto: Centraal Museum, Utrecht)

De oudste sporen die in de kelders van Paushuize zijn aangetroffen, dateren uit de Romeinse tijd. Ze horen bij de vicus (kampdorp) van het castellum (legerfort) op de plek van het huidige Domplein, op steenworp afstand van Paushuize.

De vondsten geven een inkijk in het dagelijks leven in een vicus: zo zijn er overblijfselen van verschillende drinkgelagen gevonden met scherven van bekers, kruiken en amforen. Soms gaat het om persoonlijke bezittingen, zoals een ring, een haarnaald en een mantelspeld.

Foto: Froukje van der Meulen
Uit de tijd van de bouw van Paushuize (1517) en daarna zijn er verschillende gebouwonderdelen gevonden, zoals een stuk dakgoot, scherven van glas-in-lood, haardstenen en spijkers van verschillende afmetingen.

Foto: Froukje van der Meulen

Foto: Froukje van der Meulen

Ook de nieuwere vondsten, zoals een geglazuurde kan uit 1600, scherven van achttiende-eeuws Chinees porselein en industrieel gefabriceerd glas uit de negentiende eeuw, zijn stille getuigen van de levens die zich in en rond Paushuize hebben afgespeeld.

Ad Mulder, Lengtedoorsnede en kelders van Paushuize, 1884, Foto: RCE, Amersfoort.

De fundering van de oostelijke muur en de noordelijke toren, ook in de kelder te zien, behoort tot de belangrijkste bouwhistorische sporen van Paushuize, die tijdens de restauratie van 2009-2011 aan het licht zijn gekomen.

Foto: Froukje van der Meulen

De onderste laag is opgebouwd uit grote kloostermoppen. Aan de lichte knik te zien lijkt deze laag met haast gelegd. Hier bovenop is in kleinere bakstenen de definitieve vorm van de plattegrond gelegd. Deze afwijking kan te verklaren zijn door een onderbreking in het bouwproces.

Foto: Froukje van der Meulen
De overkluisde waterput dateert waarschijnlijk uit de bouwperiode van Paushuize, omstreeks 1517, aangezien hij bestaat uit dezelfde soort bakstenen als de traptoren hier vlakbij. De put is één van de overblijfselen die duiden op het vroegere dagelijks gebruik van de kelder. Met een buis was de put verbonden met de keuken, waar mogelijk een (hand)pomp heeft gezeten. Zo werd vers grondwater opgepompt om te gebruiken in de keuken. In totaal zijn er tijdens de restauratie van 2011 drie waterputten aangetroffen. Deze is mbv glas weer zichtbaar gemaakt!

Foto: Heirloom, Utrecht
De kelder was een plek om te koken, voor dienstvertrekken en om spullen op te slaan. Maar deze ruimte is opvallend chique, met marmeren vloer, natuurstenen trap, een symmetrische opzet en decoratieve elementen. Werd dit gebruikt als ontvangstruimte?

Tip! Neem een 360-graden kijkje in deze ruimte, en in de overige kelderruimtes, op de website van Heirloom. Tot volgende week!

Wachthuisjes

De onthulling van de wachthuisjes op 18 mei 2018.

De wachthuisjes, te zien op een foto tussen circa 1905-1916 (Het Utrechts Archief).
Vorig jaar werd Paushuize benaderd door het Nationaal Militair Museum. In het depot was men op twee wachthuisjes gestuit, die bij Paushuize hadden gehoord. Ze waren in niet al te beste staat, maar aan de detaillering van de sierscharnieren, de kleine lancetvenstertjes aan de zijkanten en de neogotische sierlijst was wel te zien dat dit prestigieuze gebouwtjes waren geweest, die bovendien mooi aansloten op de zestiende-eeuwse architectuur van Paushuize.

Niemand kon zich herinneren dat er ooit wachthuisjes voor Paushuize hadden gestaan, maar van prenten en oude foto’s uit het Utrechts Archief bleek dat er wel degelijk een tijd geweest was waarin de wachthuisjes op de brug naar het poortgebouw hebben gestaan. Bij nadere bestudering bleek zelfs dat er drie type wachthuisjes waren geweest. De hier betreffende huisjes hebben vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1936 dienst gedaan.

Toen Paushuize als werkruimte en woonhuis voor de gouverneur van de Provincie Utrecht (later commissaris van de Koning(in)) in gebruik werd genomen, werden ook de twee wachthuisjes op de brug over de Kromme Nieuwegracht geplaatst. Mogelijk symboliseerden de (waarschijnlijk onbemande) wachthuisjes de militaire rol die de gouverneur in die tijd had, als bevelhebber van de krijgsmacht in zijn provincie.

Nadat de wachthuisjes door het Nationaal Militair Museum zijn overgedragen aan de provincie, zijn ze gerestaureerd door aannemer Jurriens en schildersbedrijf Van Doorn. De oorspronkelijke kleuren zijn teruggebracht op basis van kleuronderzoek door Claudia Junge. Sindsdien hebben de wachthuisjes een nieuwe plek op de binnenplaats van Paushuize gekregen. Gisteren zijn ze onthuld door de commissaris van de koning. De wachthuisjes zijn weer thuis!

Open Monumentendag 2015 groot succes!

Open Monumentendag 2015 is achter de rug, en ik kijk terug op een geslaagde dag. Alleen al in Paushuize hebben ruim 600 bezoekers een rondleiding door de salons en de balzaal gekregen van een van de vrijwillige – fantastische – gidsen. Nog meer mensen hebben ook een kijkje genomen op de binnenplaats, waar workshops werden gegeven door de restauratoren van de balzaal, Peter Dijkman en Claudia Junge. In de stad Utrecht zijn er ruim 17.000 bezoekers geteld, met als grote uitschieter het Hoofdpostkantoor op de Neude. Het weer was goed, de sfeer relaxed, de opkomst enorm. Kortom: een groot succes!

IMG_20150912_124217~2
Foto’s: Froukje van der Meulen
IMG_20150912_110453 IMG_20150912_101609 IMG_20150912_124137

Binnen kijken bij Sic Semper

Torentjes, tegeltjes, smeedwerk, metselwerk: aan ambachtelijk handwerk geen gebrek. Schuin tegenover Paushuize, op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht, staat het wonderlijke pand Sic Semper. In voorbereiding voor Open Monumentendag Utrecht, dat dit jaar als thema ‘Kunst en Ambacht’ heeft, mocht ik er vast even binnen kijken.

Alle foto's in dit artikel: Froukje van der Meulen
Alle foto’s in dit artikel: Froukje van der Meulen

Oranjesociëteit

De herensociëteit Sic Semper werd in 1775 opgericht en lieten een eigen verenigingsgebouw bouwen op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht, in de tuin van de voormalige Paulusabdij. De sociëteit werd ook wel een Oranjesociëteit genoemd omdat de leden ervan voorstanders waren van het stadhouderlijke bewind. Op last van Koning Lodewijk Napoleon werd de naam Oranjesociëteit verboden en werd de sociëteit omgedoopt tot Sic Semper (‘Zo is het en zo zal het altijd zijn’). Onder de leden bevonden zich veel garnizoensleden, ambtenaren, adellijken en vermogenden. Zoals de sociëteit omschreven werd in het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad van 1844: ‘De sociëteit Sic Semper, ofschoon zonder eenigen politieken invloed, werd te allen tijde, zoals zij nu nog is, beschouwd als de voornaamste; zij heeft de meeste leden en men betaalt er de hoogste contributie’. Gezelligheid was het belangrijkste doel van de sociëteit: men dronk er drankjes, voerde gesprekken en speelde kaartspelen en biljard. Een kastelein, in dienst van de sociëteit, bediende de leden.

Uitbreiding

In 1838 werd een tweede huis aan de Nieuwegracht aangekocht en samengetrokken met het bestaande pand. De gevel werd vernieuwd en er verrees een witgepleisterd gebouw. Dit gebouw is ook afgebeeld op de huidige gevelsteen. De steeds groeiende sociëteit had meer ruimte nodig en in 1890 werd dan ook besloten een derde pand aan te kopen, de bestaande panden af te breken en een geheel nieuw gebouw op te trekken.

Voor het ontwerp werd een prijsvraag uitgeschreven, die werd gewonnen door P.J. Houtzagers (1857-1944). Hij liet zich inspireren door de middeleeuwen, maar het ontwerp vertoont ook kenmerken van de Art Nouveau. Het ambachtelijke middeleeuwse metselwerk langs de ramen en in de hoeken is rijk gedetailleerd. De torentjes doen middeleeuws aan, maar het smeedwerk is eerder Art Nouveau met weelderige bloemen. De hoge schoorsteen is naar Engels voorbeeld gemaakt. Het meest in het oog springend zijn misschien wel de tegeltableaus met bloemen en een pauw. De bloementegels zijn ontworpen door Houtzagers, maar uitgevoerd door zijn leerling Jozef Willem Nicolaas Merckelbagh (1859-1922). Het tableau met de pauw is mogelijk door Merckelbagh ontworpen, want het is ook door hem gesigneerd. De voorstellingen doen sterk denken aan het werk van William Morris met zijn Arts en Craftsbeweging. Zijn leerling J.P. Lamie heeft de gevelsteen van de Sociëteit Sic Semper gehakt en het beeldhouwwerk van de zandstenen schoorsteenmantels in de conversatiezaal en de leeszaal op de begane grond gemaakt.

Een plattegrond van het nieuwe gebouw toont op de begane grond een conversatiezaal, een biljardzaal, een grote en een kleine salon, een leeskamer, een keuken, een vestiaire en een dessertkamer. Op de eerste verdieping twee vergaderkamers, een kamer voor de commissarissen van de vereniging en de kasteleinswoning.

SAM_5474

Niet voor altijd

Het ledenaantal nam na de nieuwbouw echter niet toe, maar liep gestaag terug. Het aantal daalde tussen 1890 en 1910 van 290 naar 113. Wat de reden voor deze terugloop in ledenaantal was, is niet precies te achterhalen; misschien heeft het te maken met de veranderingen in de standenstructuur in Nederland. De industrialisatie zorgde voor het ontstaan van een nieuwe elite, en ook verhuisden veel welgestelden rondom de eeuwwisseling naar de Heuvelrug.

In 1914 werd het gebouw verkocht aan de gemeente, die het verhuurt aan het Rijk voor de huisvesting van de Centrale Raad van Beroep. In 1979 verhuisde de Raad naar de Maliebaan en de voormalige sociëteit werd tijdelijk verhuurd aan een sportschool en een dansinstituut.

In 1989 werd het gebouw verkocht aan bouwbedrijf Jurriens, dat het in 1990 verbouwde en geschikt maakte voor 12 appartementen. Architect Aart Oosting maakte het ontwerp voor deze omvangrijke interne verbouwing. In 2001 werd het gebouw op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

Sinds de verbouwing is Sic Semper onderverdeeld in twaalf appartementen. Hierdoor is van de oorspronkelijke interieurs niet veel meer te zien, op de betimmering en een aantal schouwen na. De hal is prachtig gerestaureerd waarbij de oorspronkelijke betimmering gekopieerd is, zodat het in de hele hal doorloopt. Het trappenhuis toont ook nog de oorspronkelijke betimmering, hier en daar wat stucwerk en ook het daklicht van glas-in-lood is indrukwekkend. Dat dit een van de meest chique plekken van Utrecht was, is misschien niet meer helemaal te zien, maar de gevel, de hal en het trappenhuis ademen de sfeer van de laat-negentiende eeuw nog voorzichtig na.

IMG_20150512_113021-2

Met dank aan de syllabus ‘Geschiedenis van de sociëteit Sic Semper’, samengesteld door G. Wiechers, 2005.

Lezing voor KLU

Op 15 en 29 november zal ik een lezing en excursie over Paushuize geven voor cursisten van Kunsthistorische Leergangen Utrecht, oftewel KLU. Tijdens de lezing zal ik ingaan op de naamgever van het huis, Paus Adriaan, maar ook op de opeenvolgende bewoners en de veranderingen die zij in het gebouw aanbrachten. Ook de recente restauratie komt aan bod.

Ik hoop aan de cursisten over te brengen waarom Paushuize zo’n bijzonder gebouw is en waarom het in de loop der eeuwen altijd prominente bewoners aangetrokken heeft – niet alleen lokaal maar ook nationaal en internationaal. Niet alleen de betrokkenheid van de paus, vijf eeuwen geleden, maar juist alle lagen van de geschiedenis die daarna gekomen zijn, maakt dit tot een bijzonder stadspaleis.

IMG_20140626_195932
Foto: Froukje van der Meulen